Billijke vergoeding
De (toekomstige) WW-uitkering van de werknemer kan invloed hebben bij het vaststellen van een billijke vergoeding, wat betekent dit voor de werkgever?
De Hoge Raad heeft op 6 februari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:193) geoordeeld dat bij het vaststellen van een billijke vergoeding rekening mag worden gehouden met een WW-uitkering waarop de werknemer aanspraak heeft. De billijke vergoeding is bedoeld als compensatie van daadwerkelijk geleden nadeel en daarom kan de rechter de WW-uitkering meenemen als voordeel dat het inkomensverlies (deels) compenseert.
Gevolgen voor werknemers
De billijke vergoeding kan hierdoor lager uitvallen, omdat de rechter de (toekomstige) WW-uitkering in mindering kan brengen. Overcompensatie moet worden voorkomen. Wel blijft maatwerk leidend: factoren zoals de hoogte en duur van de uitkering, arbeidsmarktperspectief en andere schade (bijvoorbeeld pensioen- of reputatieschade) tellen mee.
Gevolgen voor werkgevers
Bij het vaststellen van de billijke vergoeding hoeft de werkgever niet automatisch het volledige loonverlies te vergoeden. Dit kan de financiële impact beperken en meer onderhandelingsruimte bieden bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst, al blijft een substantiële vergoeding mogelijk afhankelijk van de omstandigheden.
Met dit arrest verduidelijkt de Hoge Raad dat de billijke vergoeding gericht is op compensatie van daadwerkelijk geleden nadeel.
Disclaimer: “Het recht is uitermate gecompliceerd en veranderlijk. Wij kunnen daarom geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor hetgeen men zonder ons persoonlijk advies onderneemt of nalaat naar aanleiding van de inhoud van deze publicatie.”