Rechter in Wibra-zaak: Géén verbod op inhalen min-uren
Misschien heeft u in het nieuws al gehoord over de spraakmakende Wibra-zaak. Gisteren stonden Wibra en de FNV (namens de werknemers) bij de rechtbank Gelderland en deed de rechter uitspraak over deze juridische kwestie. In dit artikel zal ik aan u voorleggen wat precies speelde in deze zaak en welke gevolgen deze uitspraak heeft voor het inhalen van min-uren, naar aanleiding van een gedwongen winkelsluiting.

Winkelsluiting
Zoals we allemaal weten, heeft de overheid in verband met de coronapandemie een lockdown ingesteld. Het gevolg van deze lockdown was onder andere een winkelsluiting voor ‘niet-essentiële’ winkels, waartoe ook Wibra behoort. Hierdoor waren en minder werkzaamheden, met als gevolg geregistreerde min-uren bij de medewerkers.
Cao Retail Non-Food
Uit de toepasselijke cao Retail Non-Food vloeit voort dat werkgevers flexibele afspraken mogen maken met hun medewerkers ten aanzien van de overeengekomen arbeidsduur. Medewerkers dienen een gemiddeld aantal uren per week werkzaamheden te verrichten, waar een vast bedrag aan loon tegenover staat. Op het moment dat een medewerker in een maand minder uren werkt, dient hij op een later moment meer uren te werken. Zo kunnen pieken en dalen in het werkaanbod worden opgevangen.
Substantieel en structureel schrijven van min-uren?
De FNV stelde dat deze cao-bepaling slechts was bedoeld om korte pieken en dalen op te vangen, maar niet toegepast kan worden voor structureel en substantieel schrijven van min-uren in geval van een coronapandemie. De rechter oordeelde echter dat uit niets blijkt dat deze cao-bepaling niet toegepast kan worden voor deze situatie van lockdown, temeer nu niet meer door Wibra werd verlangd dat een onevenredig aantal uren werd ingehaald. Ook is geen sprake van strijd met het zogenoemde beginsel van ‘geen arbeid, wel loon’, aangezien gewoon het loon is uitgekeerd aan de werknemers. Sterker nog, over het laatste kwartaal van 2020 is zelfs een tegemoetkoming uitgekeerd van 5%.
Goed werkgeverschap?
De FNV was voorts van mening dat Wibra in strijd heeft gehandeld met het goed werkgeverschap, door enerzijds gebruik te maken van NOW-subsidies en anderzijds de geregistreerde min-uren bij de werknemers in rekening te brengen. Hierdoor zouden de medewerkers geheel of voor een gedeelte ‘gratis’ voor Wibra werken. Ook dit argument ging volgens de rechter niet op. De aangewende subsidie is namelijk gebruikt om de lonen van de medewerkers uit te keren, ook in de periode dat deze medewerkers niet hebben gewerkt. Verder is de subsidie gerelateerd aan het omzetverlies van de onderneming. Ook als de medewerkers hun gemiddelde arbeidsduur hadden gewerkt en Wibra toch omzetverlies had geleden, maakte Wibra aanspraak op de NOW-regeling.
Voorlopige conclusie
Uit de Wibra-zaak kan worden geconcludeerd dat winkels die werken met flexibele arbeidskrachten en vallen onder deze bepaling uit de cao Retail Non-Food of een soortgelijke cao-bepaling, mogelijk in deze (onvoorziene) omstandigheid mogen verlangen dat de geregistreerde min-uren worden ingehaald. Van belang is wel dat dit niet leidt tot onaanvaardbare resultaten, zoals het inhalen van een onevenredig aantal uren.
Wilt u weten of u deze cao-bepaling kunt toepassen of heeft u juridische vragen, dan kunt u uiteraard contact met ons op nemen! Onze jurist Stefan Nijhof helpt u graag verder (088-500 95 86 of s.nijhof@eshuis.com).
Neem contact met ons op
Onze adviseurs helpen je graag
Eshuis beschikt over vakspecialisten op het gebied van accountancy, belastingen, organisatie- en personeelsadvies en juridisch advies. We bundelen onze krachten zowel in multidisciplinaire als in specifieke brancheteams. Zo zijn we altijd op de hoogte van wat er speelt in de markt en blijven we betrokken bij jouw organisatie. Samen helpen we jou om succesvoller te ondernemen én impact te maken.
Disclaimer: “Het recht is uitermate gecompliceerd en veranderlijk. Wij kunnen daarom geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor hetgeen men zonder ons persoonlijk advies onderneemt of nalaat naar aanleiding van de inhoud van deze publicatie.”