nieuwsbrief - 12 oktober 2020

Nieuwsbrief oktober 2020

Long read artikel - leestijd 10 minuten

1. Langs de Lat: Van slingerende bonnetjes naar strategisch sturen

Van transpiratie naar inspiratie

Als je aan jouw administratie denkt, leidt dit dan tot transpiratie of tot inspiratie? Voor veel ondernemers is de dagelijkse administratie zeker niet de favoriete hobby. En laat dat nu wel het vak zijn van de collega’s bij Eshuis Accountants en Adviseurs.

Ik neem je in deze Langs de Lat mee in het proces van ‘slingerende bonnetjes naar strategisch sturen’. Zodanig dat je het rendement van jouw financiële functie vergroot en de administratieve lasten verlaagt.

Transpireren omdat je weer een bonnetje kwijt bent…
“Weet jij waar het parkeerbonnetje is gebleven?”, “In welke map heb je dit opgeborgen?”; zijn zomaar een tweetal vragen die tot transpiratie bij jou als ondernemer kunnen leiden. En dat is nu net wat je niet moet willen. Een goed vormgegeven administratie geeft rust en juist meer ruimte tot ondernemen. Dus direct digitaliseren wat ons betreft!

Digitaliseren op basis van een goed ingerichte financiële administratie
Om een getrouw beeld te hebben van de dagelijkse financiën is digitalisering op basis van een adequaat ingerichte boekhouding een minimaal vereiste. Hiermee leg je als ondernemer een stevig fundament onder de volgende stap naar administratieve lastenverlichting, namelijk de fase van informeren.

Informeren met behulp van een passende set managementinformatie
Je bent niet voor niets ondernemer geworden. Je wilt je kunnen focussen op de markt en de klanten waaraan je producten en diensten levert. Hier hoort een set van actuele managementinformatie bij. Managementinformatie die het mogelijk maakt om te bezien of je op koers bent bijvoorbeeld ten aanzien van omzet, rendement en debiteuren.

Inspireren door feiten en cijfers in strategisch perspectief te plaatsen
En het liefst inspireren we je als ondernemer door betekenis te geven aan de feiten en cijfers die beschikbaar zijn. Samen de verdieping zoeken in de beschikbare gegevens zodat we jou inspireren tot succesvoller ondernemen. In deze fase plaatsen we samen met jou de feiten en cijfers in strategisch perspectief.

Wil jij gefaseerd het rendement van jouw financiële functie vergroten?
Dat kan in drie stappen:

  1. Kijk in bovenstaande afbeelding en stel vast in welke fase je je nu bevindt;
  2. Bel of mail met jouw contactpersoon bij Eshuis Accountants en Adviseurs en we maken een afspraak om tot een gefaseerde aanpak te komen;
  3. Nog géén contactpersoon bij Eshuis Accountants en Adviseurs, stuur me dan een mail met je contactgegevens via m.delat@eshuis.com en ik neem contact met je op!

2. Werkkostenregeling, onbelast vergoeden

Per 1 januari 2020 hebben er enkele veranderingen plaatsgevonden in de werkkostenregeling. Deze wijzigingen omvatten het aangiftetijdvak, de waardering van branche-eigen producten, de verhoging van de vrije ruimte en het onbelast vergoeden van een Verklaring omtrent gedrag.

De werkkostenregeling
De werkkostenregeling is in 2011 ingevoerd en vanaf 2015 verplicht gesteld. De werkkostenregeling omvat in totaal 29 regelingen ofwel vrijstellingen. Uiteindelijk zijn er, wanneer je als werkgever iets voor de werknemer vergoedt, vijf mogelijkheden. De vergoeding kan gezien worden als intermediaire kosten, een gerichte vrijstelling, nihil waardering, kosten binnen de vrije ruimte en kosten buiten de vrije ruimte.

De wijzigingen per 1 januari 2020
In eerste instantie is de vrije ruimte vergroot aan de hand van een tweeschijvenstelsel. Over de totale fiscale loonsom tot maximaal € 400.000 geldt een percentage van 1,7%. Voor alles boven de loonsom van € 400.000 blijft het percentage van 1,2% gelden.

Let op!
Als gevolg van de coronacrisis is voor het jaar 2020 de vrije ruimte eenmalig verruimd van 1,7% naar 3% over de eerste € 400.000.

Ten tweede is de deadline voor de aangifte en de afdracht van een eventuele eindheffing verruimd. Voor 2020 moesten de aangifte en de afdracht uiterlijk worden voldaan tijdens het eerste aangiftetijdvak van het volgende jaar. Vanaf 2020 gelden er twee aangiftetijdvakken om de ondernemer meer tijd te geven.
In de derde plaats wordt nu voor de waardering van branche-eigen producten de waarde in het economische verkeer gehanteerd, waarbij voorheen de derdenprijs gold.
Tenslotte is vanaf 2020 het beleid van de Belastingdienst gewijzigd in het kader van aanwijzen van posten in de werkkostenregeling. Voortaan gaat de Belastingdienst ervan uit dat vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen zijn aangewezen als eindheffingsloon indien zij binnen de voorwaarden en grensbedragen voor de gerichte vrijstellingen blijven. Let op! De versoepeling geldt dus alleen voor de gerichte vrijstellingen.

Ondersteuning door Eshuis
Wij kunnen u helpen bij het voeren van een juiste werkkostenregeling-administratie. Samen kunnen we voorkomen dat u een eventuele 80% eindheffing moet betalen over vergoedingen boven de vrije ruimte. Dit willen we voorkomen door de volgende stappen te doorlopen:

  1. De eerste stap is het inventariseren van alle werkkosten die u als werkgever voor uw medewerkers vergoedt. Dit kunnen kosten zijn vanuit de salaris- en/of financiële administratie.
  2. De tweede stap is het indelen van kosten conform de werkkostenregeling. Door bepaalde werkkosten te ‘labelen’ als vrijgestelde, intermediaire of nihil gewaardeerde kosten zullen deze niet (meer) drukken op de vrije ruimte.
  3. De derde stap is het (mogelijk) herzien van de arbeidsvoorwaarden. Het kan voorkomen dat u met de door u aangeboden secundaire arbeidsvoorwaarden de vrije ruimte overschrijdt. Mogelijk kunnen arbeidsvoorwaarden worden aangepast of afgeschaft, waardoor er meer vrij ruimte in de werkkostenregeling overblijft.
  4. De vierde stap is om de overblijvende werkkosten goed te administreren in uw salaris- en/of financiële administratie. Controleer regelmatig door het boekjaar heen of u de vrije ruimte niet overschrijdt!

Wacht niet te lang!
Om ervoor te zorgen dat u straks niet een hoge eindheffing hoeft af te dragen, vragen we u snel in actie te komen. Heeft u nog vragen over de wijzigingen in de werkkostenregeling of wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan contact met ons op via 088 500 95 00.

 

3. Vaststelling NOW-1 – actie vereist!

Heeft u in de periode van maart tot en met mei 2020 een beroep gedaan op de NOW-1? Dan is het nu tijd om de vaststelling van de subsidie aan te vragen. Hoe en waarom leest u in dit artikel.

NOW-1
De NOW-1 is de eerste tegemoetkoming in de loonkosten geweest voor de werkgevers, die hun omzet als gevolg van de coronacrisis met ten minste 20% zagen dalen. De subsidie zou maximaal 90% van de loonkosten over de maanden maart, april en mei 2020 bedragen. Op basis van het verwachte omzetverlies hebben werkgevers een voorschot ontvangen van 80% van de subsidie.

Definitieve vaststelling
Het is nu tijd om vaststelling van de definitieve subsidie aan te vragen op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde omzet in de door u gekozen omzetperiode. Dit moet u doen per loonheffingennummer waarvoor u NOW-1 heeft aangevraagd.

Aan de hand van de informatie die u bij de vaststellingsaanvraag overlegt, zal het UWV bepalen waarop u recht heeft en een afrekening opstellen. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling door het UWV of, als bijvoorbeeld het omzetverlies niet zo hoog was als verwacht, een terugvordering. Uiteraard kunnen wij – zodra wij beschikken over de gegevens (waaronder het definitieve omzetverlies en de loonsom over de subsidieperiode) – u al een indicatie van de hoogte van de definitieve subsidie geven, zodat u niet voor verrassingen komt te staan.

Voor de definitieve vaststelling van de subsidie moet u diverse gegevens en informatie aanleveren, zoals uw bedrijfsgegevens, de beschikking van het UWV en het werkelijke percentage omzetverlies over de gekozen omzetperiode. In veel gevallen zal bovendien een derdenverklaring of accountantsverklaring vereist zijn.

Accountantsverklaring of derdenverklaring
Afhankelijk van de hoogte van het voorschot en de definitieve subsidie kan een accountantsverklaring of derdenverklaring vereist zijn voor de aanvraag van de vaststelling NOW-1. Wanneer moet u welke verklaring aanleveren?

  • Geen verklaring is vereist als het voorschot minder was dan € 20.000 of de definitieve subsidie minder dan € 25.000.
  • Een derdenverklaring is vereist:
    • Bij een voorschot tussen € 20.000 en € 100.000;
    • Bij een definitieve subsidie tussen € 25.000 en € 125.000 (ongeacht de hoogte van het voorschot)
  • Een accountantsverklaring is vereist:
    • Bij een voorschot van € 100.000 of meer;
    • Bij een definitieve subsidie van € 125.000 of meer (ongeacht de hoogte van het voorschot);
    • Bij een NOW op werkmaatschappijniveau (omdat het concern of groep onder de 20% omzetverlies komt) is altijd een accountantsverklaring vereist, ongeacht de hoogte van de subsidie.

Stuurt u niet de vereiste verklaring mee, dan moet de ontvangen subsidie volledig worden terugbetaald.

Wanneer?
Sinds 7 oktober 2020 kan de vaststelling van de NOW-1 worden aangevraagd. Hoeveel tijd u daarvoor heeft, hangt af van de vraag of een derden- of accountantsverklaring moet worden meegestuurd:

  • als geen verklaring hoeft te worden meegestuurd, moet de aanvraag vaststelling vóór 24 maart 2021 worden gedaan;
  • als een derdenverklaring moet worden meegestuurd, moet de aanvraag vaststelling vóór 24 maart 2021 worden gedaan;
  • als een accountantsverklaring moet worden meegestuurd, moet de aanvraag vaststelling vóór 30 juni 2021 worden gedaan.

Als u niet of niet tijdig vaststelling aanvraagt, dan gaat het UWV ervan uit dat er geen recht bestond op de NOW-1 en zal het volledige voorschot moeten worden terugbetaald.

Hulp nodig?
Heeft u hulp nodig bij de aanvraag van de definitieve vaststelling, het bepalen van het omzetverlies en/of het opstellen van een derden- of accountantsverklaring? Of heeft u vragen? Binnen Eshuis Accountants en Adviseurs hebben wij een team van specialisten samengesteld om u hierin te ondersteunen. Stuurt u een e-mail naar now1@eshuis.com en wij zorgen dat u geholpen wordt!

4. Top 8 fiscale voorstellen Belastingplan 2021

Welke fiscale voorstellen en wijzigingen kwamen op de derde dinsdag in september uit het koffertje van minister van Financiën Hoekstra? De maatregelen in het Belastingplan 2021 zijn sterk beïnvloed door de coronacrisis. Wij zetten kort de acht belangrijkste fiscale voorstellen en wijzigingen voor u op een rij.

1.Tarief vennootschapsbelasting bijgesteld
Het lage tarief van de vennootschapsbelasting gaat van 16,5% naar 15%. Vanaf 2021 geldt dit lage tarief voor winsten tot € 245.000 in plaats van € 200.000. In 2022 zal deze grens verder verhoogd worden naar € 395.000. Het hoge tarief van de Vpb blijft 25%.

2. Belastingvrij vermogen en tarief box 3 omhoog
Vanaf 1 januari 2021 wordt het belastingvrij vermogen verhoogd naar € 50.000 per belastingplichtige. Dit betekent dat spaarders en kleine beleggers met een vermogen tot € 50.000 (of € 100.000 met fiscaal partner) geen belasting meer betalen over het vermogen. Iedereen die in 2021 een vermogen heeft van € 50.000 of meer, betaalt vanaf 2021 31% belasting over een verondersteld rendement van het vermogen. In 2020 is dat 30%.

Let op!
Voor de bepaling van de huurtoeslag wordt bij het bepalen van de vermogensgrens gerekend met een vrij vermogen van € 31.430!

3. Verlaging inkomstenbelasting
In 2021 daalt de eerste schijf (belastbaar inkomen tot en met € 68.507) van de inkomstenbelasting van 37,35% naar 37,10%. Het kabinet verlaagt dit tarief tussen 2022 en 2024 verder, tot uiteindelijk 37,03%. De inkomstenbelasting van de tweede schijf (belastbaar inkomen vanaf € 68.507) blijft 49,5%.

4. Verlaging zelfstandigenaftrek
Om het verschil in belastingheffing tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen, wordt de zelfstandigenaftrek versneld afgebouwd. In 2036 komt deze dan uit op € 3.240. Voor 2021 is de maximale zelfstandigenaftrek € 6.670.

Ondernemers worden voor de verlaging van de zelfstandigenaftrek gecompenseerd door verhoging van de maximale arbeidskorting van € 3.819 naar € 4.205 in 2021 en verlaging van het basistarief in de inkomstenbelasting naar 37,10%.

5. Invoering startersvrijstelling overdrachtsbelasting
Om de toegang tot de woningmarkt voor starters te verbeteren, wordt per 1 januari 2021 een vrijstelling voor overdrachtsbelasting ingevoerd. De vrijstelling geldt voor de aankoop van een eigen woning door een koper tussen de 18 en 35 jaar. Is al eerder gebruikgemaakt van de overdrachtsbelastingvrijstelling of is de koper 35 jaar of ouder, dan geldt het huidige tarief van 2% voor de aanschaf van een eigen woning.

Voor de aanschaf van onroerend goed door beleggers, rechtspersonen en woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt, gaat het tarief van de overdrachtsbelasting naar 8% (6% voor niet-woningen in 2020).

6. Vrije ruimte werkkostenregeling verhoogd en beperkt
Een van de coronasteunmaatregelen is de verhoging van de vrije ruimte voor de werkkostenregeling over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom naar 3% in plaats van 1,7%. Dit geldt alleen in 2020.

Vanaf 1 januari 2021 wordt de bepaling van de vrije ruimte weer beperkt: tot een fiscale loonsom van € 400.000 geldt 1,7% en boven de € 400.000 geldt 1,18% (2020: 1,2%).

7. Hogere bijtelling voor elektrische auto
Vorig jaar is aangekondigd dat de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s stapsgewijs wordt verhoogd. Per 1 januari 2021 bedraagt de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s 12% (2020: 8%) over maximaal € 40.000 (2020: € 45.000). Is de cataloguswaarde hoger dan € 40.000? Dan is over het bedrag daarboven de normale bijtelling van 22% van toepassing.

De komende jaren wordt de bijtelling verder verhoogd naar 16% in 2022. In 2025 stijgt de bijtelling naar 17%. De maximale cataloguswaarde waarvoor de lagere bijtelling geldt, wordt niet gewijzigd en blijft € 40.000. Nieuw per 1 januari 2021 is dat de maximale cataloguswaarde niet geldt voor zogenoemde zonnecelauto’s, die door geïntegreerde zonnepanelen worden aangedreven. Hiermee beoogt het kabinet vooruit te lopen op de ontwikkeling van de automarkt.

8. (Om)scholing toegankelijker
Door de coronacrisis kunnen werknemers hun baan kwijtraken. Het kabinet wil deze werknemers meer mogelijkheden geven voor omscholing. Daarom kunnen werkgevers vanaf 2021 ook scholingskosten van ex-werknemers onbelast vergoeden.

5. Versoepeling voor aflossing belastingschulden

Ondernemers die door de coronacrisis in de problemen zijn gekomen met de betaling van hun belasting, krijgen langer de tijd om deze schulden af te lossen. De termijn waarbinnen de belastingschulden terug moeten worden betaald, is verlengd van 24 naar 36 maanden.

Startdatum 1 juli 2021
Door de aflosperiode te verlengen, hoopt het kabinet dat ondernemers hun schulden makkelijker terug kunnen betalen. Naast deze verlenging is eveneens voorgesteld dat de terugbetaling pas op 1 juli 2021 start in plaats van op 1 januari, zoals eerder was beslist.

Uitstel extra verlengen
Ondernemers die al uitstel hebben aangevraagd voor betaling van hun belastingschulden, kunnen dit uitstel verlengen tot 1 januari 2021. Oorspronkelijk was dit mogelijk tot 1 oktober van dit jaar.

Invorderingsrente blijft laag
Invorderingsrente moet betaald worden als belastingschulden niet tijdig zijn voldaan. De invorderingsrente is vanwege de coronacrisis verlaagd naar 0,01%. De verlaagde invorderingsrente van 0,01% blijft tot en met 31 december 2021 van kracht.

Betalingsregeling
Ondernemers met belastingschulden krijgen dit voorjaar een brief van de Belastingdienst met een voorstel voor een betalingsregeling. Is het voorstel niet haalbaar, dan zal men met de inspecteur naar een maatwerkoplossing op zoek moeten gaan.

Kostenneutraal
De nieuwe maatregelen werken vrijwel kostenneutraal uit. Naast een verlies aan inkomsten door niet voldane belastingschulden, leveren de maatregelen namelijk ook rente op.

6. Verdere voorwaarden BIK bekend

Het kabinet heeft de vormgeving van de baangerelateerde investeringskorting (BIK) bekendgemaakt. De BIK is bedoeld om tijdens de huidige coronacrisis investeringen te stimuleren en geldt voor investeringen in de periode 1 oktober 2020 t/m 31 december 2022.

Verrekenen met loonheffing
De BIK kan verrekend worden met de loonheffing en is daardoor alleen interessant voor bedrijven met personeel. Door deze systematiek is het voordeel van de regeling ook niet afhankelijk van de winst.

Voordeel voor mkb
Via de BIK kan 3% van het investeringsbedrag tot € 5 miljoen worden verrekend met de loonheffing. Bij een hoger investeringsbedrag is van het meerdere 2,44% te verrekenen. Dit pakt dus gunstig uit voor kleinere investeringen.

Let op!
De percentages voor 2022 staan nog niet vast en zijn afhankelijk van een evaluatie van de regeling eind 2021.

Ondergrens € 20.000
De BIK kan per jaar vier keer worden aangevraagd. Er geldt per aanvraag een ondergrens van € 20.000 en per bedrijfsmiddel een ondergrens van € 1.500.

Samen met investeringsregelingen
De BIK kan worden verkregen naast de bestaande investeringsregelingen, zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de milieu-investeringsaftrek en de energie-investeringsaftrek. De BIK geldt alleen voor investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen.

Uiterlijke betaaldatum
De investeringen moeten uiterlijk tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022 zijn betaald en ook binnen zes maanden na volledige betaling in gebruik worden genomen. Verder geldt er een aantal voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

BIK-verklaring
Bedrijven die investeren, kunnen vanaf 1 september 2021 de BIK aanvragen bij RVO.nl. Na ontvangst van een BIK-verklaring, kan de BIK worden verrekend met de loonheffing.

7. Het is tijd voor de NOW-3

Lees in onze Q&A de veel gestelde vragen en antwoorden

Nederland is door de uitbraak van het coronavirus vanaf begin dit jaar geconfronteerd met buitengewone omstandigheden, die ingrijpende gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt. En het is nog niet voorbij, de impact van de coronacrisis duurt voort. Het kabinet heeft daarom in augustus jl. een nieuw steun- en herstelpakket aangekondigd, dat vanaf 1 oktober 2020 geldt. Een van de steunmaatregelen is de NOW-3, waarover deze week meer duidelijkheid is gegeven.

Hieronder een Q&A, waarmee we u alvast inzicht geven in de NOW-3.

Wat is het doel van de NOW-3?
Het doel en de systematiek van de NOW-3 zijn grotendeels gelijk aan die van de NOW-1 en de NOW-2. Om banen te beschermen in deze crisis kunt u een deel van de loonkosten vergoed krijgen, afhankelijk van uw omzetverlies.

Wat is de duur van de NOW-3?
De NOW wordt per 1 oktober 2020 voor de duur van negen maanden verlengd, dus tot 1 juli 2021. De NOW-3 is gezien de ruime duur ook anders ingericht dan NOW-1 en 2. De periode van negen maanden wordt opgedeeld in drie tijdvakken van elk drie maanden. Voor ieder tijdvak gelden andere regels en moet steeds afzonderlijk de NOW worden aangevraagd.

Wat zijn de tijdvakken voor de NOW-3?

  • Tijdvak 1: 1 oktober t/m 31 december 2020
  • Tijdvak 2: 1 januari 2021 t/m 31 maart 2021
  • Tijdvak 3: 1 april 2021 t/m 30 juni 2021

Wat is het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de NOW-3 en hoe wordt dit berekend?
Het minimale omzetverlies is per tijdvak bepaald:

  • Tijdvak 1: minimaal omzetverlies van 20%.
  • Tijdvak 2: minimaal omzetverlies van 30%
  • Tijdvak 3: minimaal omzetverlies van 30%

Het omzetverlies wordt berekend door uw omzet in een te kiezen periode van drie maanden (die moet aansluiten op de gekozen periode voor de eventuele NOW-2) af te zetten tegen uw omzet over 2019 (gedeeld door vier).

Wat is de hoogte van de NOW-3?
De hoogte van de NOW-3 blijft gekoppeld aan het verwachte omzetverlies en uw loonkosten. Voor de NOW-1 en 2 gold een maximale subsidie van 90% van de loonkosten. Onder de NOW-3 wordt het maximum van de subsidie per tijdvak als volgt verlaagd:

  • Tijdvak 1: maximaal 80% van de loonkosten
  • Tijdvak 2: maximaal 70% van de loonkosten
  • Tijdvak 3: maximaal 60% van de loonkosten

Het UWV zal wederom werken met een voorschot van 80%, die steeds in drie termijnen wordt uitbetaald.

Welke loonkosten worden vergoed?
De voorschotten van de NOW-3 worden weer gebaseerd op de loonsom in een refertemand. Voor alle tijdvakken van de NOW-3 is de refertemaand juni 2020. Over de loonsom van deze refertemaand wordt een forfaitaire opslag van 40% gehanteerd.

Moet de loonsom in de subsidieperiode weer gelijk gehouden worden aan de loonsom van de refertemaand?
Onder de NOW-1 en 2 had een loonsomdaling in de subsidieperiode direct een verlaging van de subsidie tot gevolg. Wat onder de NOW-3 nieuw is, is dat de loonsom gedeeltelijk mag dalen zonder dat dit consequenties heeft voor de subsidie. Het percentage toegestane daling van de loonsom zal per tijdvak verschillen:

  • Tijdvak 1: maximaal 10% loonsomverlaging toegestaan
  • Tijdvak 2: maximaal 15% loonsomverlaging toegestaan
  • Tijdvak 3: maximaal 20% loonsomverlaging toegestaan

Oftewel, u heeft meer ruimte om arbeidsovereenkomsten in de subsidieperiode te laten eindigen en/of een salarisverlaging met uw medewerkers af te spreken (bijvoorbeeld in ruil voor baangarantie).

Daalt de loonsom meer dan voornoemde percentages, dan zal dit vanzelfsprekend wel een verlaging van de subsidie tot gevolg hebben.

Is bedrijfseconomisch ontslag toegestaan onder de NOW-3?
Onder de NOW-1 en 2 werd bedrijfseconomisch ontslag tijdens de subsidieperiode ‘bestraft’ met een forse korting op de subsidie. Het doel van de NOW is immers het behoud van banen. Onder de NOW-3 komt hier verandering in. Er wordt géén extra korting of boete meer opgelegd bij ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische redenen in de subsidieperiode. Enkel de dalende loonsom als gevolg van bedrijfseconomisch ontslag kan van invloed zijn op de hoogte van de subsidie. Als de loonsom meer daalt dan het vrijgestelde percentage (zie hierboven) dan krijgt u over dat deel geen subsidie.

Meer weten over (bedrijfseconomisch) ontslag of heeft u hulp nodig? Lees onze advieswijzer of neem contact op met één van onze juristen via 088 500 95 86 of m.struijk@eshuis.com.

Wat verandert er nog meer?
Onder de NOW-3 wordt nóg meer belang gehecht aan omscholing en bemiddeling van werk-naar-werk en geldt er een inspanningsverplichting voor u als werkgever. Als u een beroep doet op de NOW-3 en in de subsidieperiode een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen indient, zal van u worden verwacht dat u contact opneemt met het UWV om afspraken te maken over begeleiding naar ander werk. Het UWV zal bij de definitieve vaststelling van de NOW-3 hierop controleren en kan, indien u niet aan de vereisten heeft voldaan, de NOW-subsidie korten.

Blijft het uitkeren van dividend of bonussen en/of inkoop van eigen aandelen verboden?
Het uitgangspunt blijft dat van bedrijven, die een beroep doen op de NOW, verwacht mag worden dan zij alles in het werk stellen om hun financiële positie te versterken om de werkgelegenheid in hun bedrijf veilig te stellen en voor de toekomst een buffer op te bouwen. Er mogen dus ook onder de NOW-3 geen bonussen of dividend uitgekeerd worden en geen eigen aandelen worden ingekocht. In het eerste tijdvak van de NOW-3 geldt dit verbod voor 2020, in het tweede en derde tijdvak geldt dit verbod voor 2021.

Vanaf wanneer kan de NOW-3 aangevraagd worden?
Het streven van het UWV is om het aanvraagloket met ingang van 16 november 2020 te openen voor de aanvragen van het eerste tijdvak (over de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020). Naar verwachting kunnen deze aanvragen tot uiterlijk 13 december 2020 worden ingediend. Het tweede tijdvak zal van 15 februari t/m 14 maart 2021 aangevraagd kunnen worden en het laatste tijdvak van 17 mei t/m 13 juni 2021.

Kan Eshuis mij weer ondersteunen bij de aanvraag en toepassing van de NOW-3?
Jazeker! Inmiddels hebben onze juristen ruime ervaring opgedaan met de aanvraag en toepassing van de NOW. Mail uw vragen naar Mirjam Struijk-Doornweerd (m.struijk@eshuis.com) en wij nemen contact met u op!

8. UBO-register vanaf 27 september open

Het UBO-register is vanaf zondag 27 september te raadplegen. Het invoeren van het register hangt samen met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Het inschrijven in het UBO-register is verplicht. Het UBO-register is bedoeld om inzicht te geven in de belanghebbenden van juridische entiteiten, zoals bv’s, vof’s en nv’s. UBO’s (Ultimate Beneficial Owners) zijn personen die meer dan 25% van het economisch belang in een organisatie hebben.

Let op!
Voor bestaande bv’s en andere entiteiten geldt dat men zich binnen 18 maanden moet laten registreren bij de Kamer van Koophandel. Nieuw opgerichte entiteiten moeten dit direct bij inschrijving bij de Kamer van Koophandel doen.

Het recht is uitermate gecompliceerd en veranderlijk. Wij kunnen daarom geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor hetgeen men zonder ons persoonlijk advies onderneemt of nalaat naar aanleiding van de inhoud van deze publicatie.

©2026 Eshuis
Concept & Development Webton
Scroll