Jan Willem Post blikt terug op 50 werkjaren bij Eshuis

Het is alweer vijf jaar geleden dat Jan Willem Post met pensioen ging. Tot zijn 65e was hij werkzaam als cliëntadviseur bij Eshuis. Bijna 50 jaar heeft hij er gewerkt, want op zijn 16e startte hij als beginnend assistent op de vestiging in Enschede. Jan Willem blikt terug op zijn tijd bij Eshuis, waarin hij het accountantsvak leerde, vele verhuizingen meemaakte, steeds meer collega’s kreeg en genoot van het vele contact met de klanten.
Eerste werkdag
“Mijn eerste werkdag vergeet ik nooit meer”, begint Jan Willem zijn verhaal. “Op 12 augustus 1968 moest ik mij melden aan de Bisschopstraat in Enschede. De vestigingsdirecteur, de heer Jan Veldhuis, was op vakantie dus ik werd opgevangen door zijn zus. Die was werkzaam bij de Nederlandse Credietbank die toevallig in hetzelfde pand gevestigd was. Uiteindelijk heb ik nog driekwartier zitten wachten op een collega van Eshuis die vanuit Almelo kwam om mij in te werken. Die collega zei bij binnenkomst: als je op een andere vestiging moet werken, dan mag je reizen in de tijd van de baas. Dat vond ik toen wat vreemd, maar het is wel tekenend voor die tijd. We kunnen ons nu toch niet meer voorstellen dat je alleen maar reist in de tijd van de baas en dat je überhaupt iemand zolang laat wachten?”
Sollicitatiegesprek
“Ik kan me mijn sollicitatiegesprek ook nog herinneren hoor, dat was op de vestiging in Almelo, met de heer Wim van Zwol. Dat was zo’n sympathieke en sociale man. Hij was met name op het vakgebied accountancy en fiscaliteit heel goed. Je kon ook altijd bij hem terecht met vragen. Enige nadeel was dat hij dan steevast extra informatie gaf. Hij wilde alles uitleggen. Soms was dat lastig als je even snel een antwoord wilde, maar ik heb uiteindelijk veel van hem geleerd.”
Muiten en dwarsliggen
“Het klopt dat ik vrij jong aan het werk ben gegaan. Ik had mijn diploma gehaald voor Ulo-B en daarna wilde ik eigenlijk naar de HTS. Maar daar zou ik nog zeker vijf jaar mee bezig zijn en dan moest ik ook nog eens in militaire dienst. Dat duurde mij iets te lang. Ik was wel goed in boekhouden, dus ik dacht: ik zoek daar een baantje in en dan zie ik wel hoe het loopt. Niet wetende dat ik er 50 jaar zou blijven werken”, voegt Jan Willem lachend toe.
“Op mijn 19e ging ik in militaire dienst, vijftien maanden lang. Wat was dat een mooie tijd. Beetje muiten, beetje dwarsliggen. Ik was gestationeerd op de kazerne in Amersfoort, maar daar werd ik belazerd door zo’n gast die mij niet mocht. Dus werd ik overgeplaatst naar Seedorf in Duitsland. Als er een verplichte oefening was, dan zorgde ik ervoor dat ik paraat stond, maar verder trok ik mijn eigen plan. Ik voetbalde nog redelijk fanatiek, dus ik ben zelfs eens op de scooter helemaal vanuit Seedorf terug naar huis gegaan voor een voetbalwedstrijd. Al vrij snel had ik geregeld dat ik elk weekend naar huis mocht. Ik had namelijk gezegd dat ik de boekhouding moest doen voor de zaak van mijn ouders. Ondertussen stond ik natuurlijk gewoon elk weekend op het voetbalveld.”
Makker
“Na militaire dienst ging ik weer aan de slag bij Eshuis, maar ik kon niet direct terug naar de vestiging in Enschede. Daarom heb ik een aantal maanden op de vestiging in Goor gewerkt. Daar zat ik met twee dames”, zegt Jan Willem met een grote glimlach. “Maar algauw mocht ik terug naar Enschede, terug naar Jan Veldhuis. Van hem heb ik het vak geleerd. Jan is twaalf jaar ouder dan ik, maar hij is absoluut mijn makker geworden en altijd gebleven, vervolgt Jan Willem. Ik heb met hem samengewerkt totdat hij op zijn 65e met pensioen ging.”
Beginnend assistent
“De vestiging in Enschede runden Jan Veldhuis en ik samen. Ik was de ‘beginnend assistent’ zoals dat werd genoemd in die tijd. Vanaf mijn eerste werkdag bij Eshuis heb ik de praktijkopleiding boekhouden gevolgd, maar het meest leerde ik gewoon bij ons in de praktijk. Ik nam onder andere de telefoontjes aan en moest de post wegbrengen. Computers bestonden toen nog lang niet, dus wij werkten op grote groene vellen, dat waren de grootboektableaus. Je moet je voorstellen dat deze vellen bij een grote onderneming ook wel het formaat hadden van een grote tafel. Die ondernemers kwamen vaak met een grote doos binnen met daarin hun ‘zooitje’ en dan kon ik het allemaal uitzoeken en invullen. Los van de uren die je moest schrijven, moest je ook de postzegels, de telefoontikken en de kantoorbenodigdheden per klant bijhouden, want dat werd nog apart doorberekend.”
Het duurde te lang…
“Door de telefoongesprekken kreeg ik vanzelfsprekend binding met de klanten. Talloze keren heb ik in de dossierkast mappen opgezocht en geprobeerd klanten te helpen. Ik leerde daar buitengewoon veel van. Maar het ging ook wel eens mis. Zo kreeg ik op een dag een telefoontje van de oude heer Eshuis, de oprichter. Ik moest iets voor hem opzoeken, maar blijkbaar duurde het hem te lang, dus hij had de haak erop gelegd”, vertelt Jan Willem eerlijk. “Het leukste aan het werk was dat ik op den duur steeds meer zelf naar klanten toe mocht. Eerst natuurlijk nog op de fiets, gewoon een doos met dossiermappen achterop de bagagedrager, later ging ik met de auto op pad.”
“Het leukste aan het werk was dat ik op den duur steeds meer zelf naar klanten toe mocht. Eerst natuurlijk nog op de fiets, gewoon een doos met dossiermappen achterop de bagagedrager, later ging ik met de auto op pad.”
Voetballen op kantoor
“In 1976 zijn wij samengegaan met het accountantskantoor Van Gool van de heer Muntel. Wij trokken bij hen in, aan De Heurne in Enschede. Omdat wij allemaal lunchpauze hielden op kantoor, vroegen wij of er een tafeltennistafel geplaatst kon worden. Dat mocht niet, hij was waarschijnlijk bang dat wij te lang zouden tafeltennissen als hij er niet was. Toen hebben we zelf maar een bal gekocht en gingen we in de pauze in een vrije ruimte een beetje voetballen. Het heeft niet lang geduurd voordat de gordijnrails eraf lagen en de wasbak loszat. De heer Muntel vertrok een tijdje later naar het hoofdkantoor in Almelo. Dat hoofdkantoor was inmiddels gevestigd aan de Hofkampstraat, een prachtig pand, heel authentiek. Maar daar was ook meer hiërarchie. Op andere vestigingen, zoals bij ons in Enschede was het vaak iets vrijer. Vlak daarna kwam Ralph van Druninck ons als vestigingsdirecteur versterken. Hij was een jonge gast, die paste zich aan. Er was ruimte om wat te ouwehoeren, maar er werd ook keihard gewerkt.”
Verhuizingen
“In Enschede hebben wij behoorlijk wat verhuizingen gehad. Van De Heurne zijn we verhuisd naar het pand waar eerst de politie in zat. Een prachtig pand aan de Nijverheidstraat waar nu restaurant Joann gevestigd is. Daar heb ik onlangs een keer heerlijk gegeten en toen kon ik het niet laten om nog even mijn oude kantoor te bewonderen. Eind jaren 80 had Eshuis ook wat andere kantoren overgenomen, dus we kregen nieuwe collega’s op deze vestiging. Uiteindelijk wilde de politie dat mooie pand weer terug hebben. Eshuis is daar niet slechter van geworden hoor”, voegt Jan Willem lachend toe. “Vanaf daar verhuisden we naar een pand aan de Hengelosestraat. Daarna hebben we nog op andere locaties gezeten, voordat we uiteindelijk aan de Institutenweg terecht kwamen. Daar werden de vestigingen uit Hengelo, Oldenzaal en Enschede samengevoegd. We groeiden, kregen steeds grotere en mooiere locaties. Ik weet nog dat een klant dit ook opviel, die had al onze verhuisberichten bewaard.”
Signaleren en oplossen
“Toen ik mij had bewezen als beginnend assistent werd ik cliëntadviseur, nu wordt dat ook wel relatiemanager genoemd. In de beginjaren deed je eigenlijk alles zelf voor de klanten, dus was je adviseur op het gebied van accountancy, personeelszaken en fiscaliteit. Later kwamen pas die specialisaties. Het is nu door allerlei regelgeving veel ingewikkelder, dus het is ook niet meer mogelijk om overal alles van af te weten. Mijn taak was: signaleren en oplossen. In wezen moest je alle problemen van de klant oplossen, waarbij je die signaalfunctie zeker niet uit het oog moest verliezen. Ik denk dat ik door mijn vele jaren ervaring wel goed kon inschatten waarmee ik de klant zelf kon helpen en waarvoor ik onze eigen specialisten moest inschakelen.”
Levendig
“Ik snap dat die jonge garde bij Eshuis zich totaal niet kan voorstellen dat je 50 jaar lang bij hetzelfde bedrijf werkt. Nu switcht iedereen veel sneller van baan, maar door de vele overnames, fusies en verhuizingen was er voor mij voldoende uitdaging. Ik heb door de jaren heen zoveel nieuwe collega’s gekregen, dat hield het levendig. En ik had natuurlijk het geluk dat ik veel bij de klanten langs ging. Ik adviseerde het midden- en kleinbedrijf. Dan moest je sowieso wel een goede band opbouwen, want je werkte nauw samen. De ene keer bleef het wat zakelijker, maar vaak ontstond er een vertrouwensband. Er zijn bedrijven waar ik nog af en toe even kom buurten, puur omdat ik benieuwd ben hoe het met ze gaat.”
Feest
“Onvergetelijk waren de feesten van Eshuis. Eigenlijk kende je alleen de collega’s van je eigen vestiging en enkele collega’s van het hoofdkantoor in Almelo. Maar jaarlijks was er een personeelsdag voor alle vestigingen samen en om de vijf jaar gingen we een weekend weg met z’n allen. Wat een mooie herinneringen heb ik daar aan! De oude garde hoor je daar ook nog altijd over. Toch jammer dat ze het op den duur hebben afgeschaft. Voor de saamhorigheid en beleving zijn dit soort momenten goud waard!
Zo was ik ook een voorstander van de pakketten die we aan het einde van het jaar als bedankje naar de klanten brachten”, vervolgt Jan Willem zijn verhaal. “Ook al was het afgeschaft, ik heb dit tot op de laatste dag nog gedaan voor de bestaande klanten bij wie we dit al jaren deden. Want het werd enorm gewaardeerd.”
Eerlijk
“Je merkt het vast, ik was misschien niet altijd de makkelijkste. Ik praat niet met anderen mee. Ik ben eerlijk, dus ik stipte het ook aan als ik het ergens niet mee eens was. Tijdens mijn afscheid van Eshuis heb ik het al duidelijk aangegeven richting alle collega’s: Wees jezelf! En kom voor jezelf op! Natuurlijk bepaalt de klant de vraag, maar zorg dat de basis staat en maak vanuit daar plannen. Let er wel op dat je niet teveel dingen tegelijk doet. En heel belangrijk: hou de ‘goeden’ vast.”