Nieuwsbrief november 2018

13 november 2018

1. Positiviteit kent geen tijd!

Bij veranderingen wordt vaak gesteld, dat er eerst urgentie moet zijn alvorens mensen willen veranderen. In de praktijk leidt urgentie dan veelal tot angst. En uit de psychologie weten we dat angst de basale overlevingsmechanismen bij mensen activeert: vluchten, vechten of verstijven. Drie reacties die veelal niet de beoogde verandering tot gevolg hebben. Ik geloof zelf in de positieve psychologie als basis voor duurzame verandering en transitie.

Het mooie van de positieve psychologie (PP) is dat er wordt uitgegaan van de sterke kanten van de mens en dat deze sterke punten altijd – hoe klein ook – te vinden en aan te wenden zijn. Het gaat er bij PP niet om de vraag: “Wat is er mis met jou?”. Het gaat juist om de vraag: “Wat is goed aan jou?”.

Vijf pijlers
De positieve psychologie kent vijf pijlers:

  1. Het plezierige leven: tijd voor plezier en genieten, creëren van positieve gevoelens;
  2. Het goede leven: betrokken bij werk, hobby’s en relaties;
  3. Het hebben van positieve relaties;
  4. Het zinvolle leven: zorg voor de ander, iets hogers, een goed doel;
  5. Iets bereiken in je leven: prestaties en succes.

Focus op krachten in plaats van klachten
PP daagt je uit op zoek te gaan naar zowel je eigen sterke kanten als de sterke kanten binnen bijvoorbeeld het team waarin je werkt. Dus niet de focus op negativiteit, wel op positiviteit. Op het versterken van de sterke punten dus. Op krachten in plaats van op klachten. Deze benadering wordt al langere tijd in de sport ingezet en vindt zo langzamerhand ook zijn weg naar organisaties, onder andere in de vorm van ‘appreciative inquiry’ (waarderende dialoog).

Nu beginnen!
In het boek ‘Positieve psychologie’ (Bannink, 2016) waarop deze ‘Langs De Lat’ is gebaseerd staan tal van mooie oefeningen, waaronder ‘Noem vijftig positieve dingen’:

  • Noem tien sterke kanten van je zelf;
  • Noem tien successen in je leven;
  • Noem tien manieren waarop je aardig bent voor anderen;
  • Noem tien meevallers in je leven;
  • Noem tien manieren waarop anderen je steunen.

Mark de Lat, partner en senior organisatieadviseurs
Bereikbaar op 088 – 500 95 85


2. Werkkostenregeling 2018: bepaal binnenkort uw werkkosten en uw budget

Het einde van het kalenderjaar nadert al weer met rasse schreden. Voor de werkkostenregeling (WKR) houdt dit in, dat alle werkgevers weer een afrekening moeten maken van alle kosten die voor werknemers gemaakt zijn in 2018. U heeft vermoedelijk niet dagelijks met de werkkostenregeling te maken. Daarom frissen we even kort uw geheugen op.

Binnen de WKR mag u maximaal belastingvrij 1,2% van het totale fiscale loon van het bedrijf besteden aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor uw werknemers. Dit wordt de ‘vrije ruimte’ genoemd. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt u wel loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Dit is een last die u draagt en dus niet uw werknemers.

Niet alles valt in de vrije ruimte: gerichte vrijstellingen
Bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen vormen wel loon, maar kunnen toch onbelast gegeven worden, zonder dat dit ten koste gaat van de vrije ruimte. Deze vrijstellingen heten gerichte vrijstellingen. Dit zijn bijvoorbeeld vergoedingen en verstrekkingen voor de werkelijke kosten van openbaar vervoer en reiskosten eigen vervoer (maximaal € 0,19 p/km). Ook maaltijden bij overwerk, koopavonden of dienstreizen en personeelskortingen tot 20% (met een maximum van
€ 500 per werknemer per jaar) vallen onder de gerichte vrijstellingen.

In beginsel dient u als werkgever alle vergoedingen, verstrekkingen en ter beschikking stellen normaal te verlonen bij uw werknemers als werknemersloon. U moet dan loonbelasting en premies volksverzekeringen inhouden op het loon en dient dan zelf nog de premies werknemersverzekeringen te betalen. Echter als u ervoor kiest om deze vergoedingen, verstrekkingen en ter beschikking stelling aan te wijzen als WKR-loon, kunt u de gerichte vrijstelling of vrije ruimte toepassen en vindt, wanneer u de vrije ruimte te boven gaat, de belastingheffing bij u als werkgever plaats. U dient die keuze (WKR-loon of loon van de werknemer) te maken voor dat u de vergoeding, verstrekking of ter beschikking stelling toekent aan de werknemer. De aanwijzing als regulier loon van de werknemer of als WKR-loon dient bijvoorbeeld te blijken uit uw financiële administratie of uit een apart kostenoverzicht dat bij de administratie bewaard dient te worden.

Wij adviseren werkgevers om nu al een opstelling te maken van alle kosten die zij dit jaar voor hun werknemers hebben vergoed, van de verstrekkingen die zijn gedaan en van de terbeschikkingstellingen die hebben plaatsgevonden. Rubriceer die kosten vervolgens in de categorieën ‘gerichte vrijstellingen’, ‘nihil waarderingen’, ‘noodzakelijkheid criterium’, ‘geen loon, ‘verplicht individueel loon’ en ‘vrije ruimte’ en zet de kosten uit de rubriek vrije ruimte af tegen de vrije ruimte die beschikbaar is. Wanneer uit de uitkomst van de inventarisatie blijkt dat er vrije ruimte over is, dan kan die ruimte eventueel nog worden benut in de loop van het jaar. Er zijn diverse manieren om de vrije ruimte aan te wenden voor een fiscaal vriendelijke manier van belonen van medewerkers en/of de DGA. Voorbeelden van kosten die ten laste van de vrije ruimte kunnen komen zijn: niet onderbouwde onkostenvergoedingen, kerstpakketten, personeelsfeesten niet op locatie van de werkgever, vergoeding voor reiskosten voor zover boven de € 0,19, maaltijden op de werkplek (niet bij overwerk). Aan het eind van het jaar dient u de totale kosten bij elkaar te tellen en dient u dan ook de jaarafrekening van de werkkostenregeling op te maken. De opstelling van de kosten dient u bij uw administratie te bewaren. Indien de vrije ruimte wordt overschreden, dan dient er 80% eindheffing te worden afgedragen over het bedrag van de overschrijding. De eindheffing over 2018 moet worden afgedragen bij de aangifte van januari 2019, welke uiterlijk eind februari 2019 moet worden ingediend en afgedragen.

Vragen over de werkkostenregeling? Neem contact op met uw contactpersoon.


3. Dividendtaks blijft, bedrag wel naar ondernemers

De afschaffing van de dividendbelasting gaat definitief niet door. In plaats hiervan worden er tal van andere maatregelen getroffen om het vestigingsklimaat voor ondernemers te verbeteren. Denk daarbij aan het verder verlagen van de Vpb, verlaging van werkgeverslasten op arbeid en een aanpassing in de dga-taks betreft eigenwoningschulden.

Dit heeft staatssecretaris Snel maandag 15 oktober per brief bekendgemaakt. Het voorstel de dividendbelasting af te schaffen, lag vanaf het begin zwaar onder vuur. Openlijk werd betwijfeld of het ermee beoogde doel om grotere bedrijven aan Nederland te binden, bereikt zou worden. Uiteindelijk besloot het kabinet de dividendtaks af te schaffen.

Lagere tarieven vennootschapsbelasting
Nu dat geld weer vrijkomt, is een van de voorstellen de vennootschapsbelasting (Vpb) verder te verlagen. De Vpb kent twee tarieven. Voor winsten tot € 200.000 is dit 20%, bij hogere winsten wordt het meerdere belast met 25%. Het voorstel was het hoge tarief in 2021 te verlagen naar 22,25%. Dit wordt nu 20,5%, ofwel een extra verlaging van 1,75%-punt. Het lage tarief daalt in 2021 naar 15%. Dit is 1%-punt extra ten opzichte van de geplande 16%.

Let op!
Hier staat tegenover dat de voorziene verlaging van het hoge Vpb-tarief naar 24,3% in 2019 niet doorgaat. Het hoge tarief blijft volgend jaar dus 25%. Over het lage tarief bevat de brief geen nadere mededeling, zodat de verwachting is dat dit tarief in 2019 wel daalt tot de geplande 19%.

Minder werkgeverslasten op arbeid
Naast tariefmaatregelen inzake de Vpb is een van de belangrijkste maatregelen een verlaging van de werkgeverslasten op arbeid per 2021. Hiermee is jaarlijks € 200 miljoen gemoeid.

Aanpassing eigenwoningschuld dga-taks
In plaats van een overgangsregeling voor bestaande eigenwoningschulden, worden ook nieuwe eigenwoningschulden van de dga uitgezonderd. Boven op deze schuld zal een aanvullende gezamenlijke drempel van € 500.000 gelden voor de dga en zijn partner.

Meer afdrachtvermindering S&O voor grotere bedrijven
Verder krijgen bedrijven die in een jaar meer dan € 350.000 aan kosten maken voor activiteiten op innovatief gebied, meer afdrachtvermindering. Het percentage van 14% wordt vanaf 2020 verhoogd naar 16%.

Overgangsrecht 30%-maatregel
Er komt ook een overgangsmaatregel inzake het beperken van acht naar vijf jaar van de 30%-regeling voor buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid. De invoering van deze overgangsmaatregel wordt met 2 jaar uitgesteld. Met name werknemers die in 2019 en 2020 door de beperking getroffen worden, zijn bij deze overgangsmaatregel gebaat.


4. Forse herziening ontslagrecht

Het kabinet is het eens over een forse herziening van het arbeidsrecht. Het ontslagrecht wordt versoepeld, maar er komt ook een mogelijkheid tot een langer tijdelijk contract en een langere proeftijd. Ook de regels inzake een transitievergoeding bij ontslag worden herzien.

Regeerakkoord
De plannen zijn onderdeel van het regeerakkoord. Binnen het kabinet is er nu ook overeenstemming over de concrete vormgeving van de maatregelen. Deze moeten nog wel door het parlement worden goedgekeurd.

Ontslagrecht versoepeld
De versoepeling van het ontslagrecht betekent dat voortaan redelijke gronden die elk op zich onvoldoende reden zijn voor ontslag, bij elkaar geteld toch voldoende kunnen zijn voor ontslag. Er is dan sprake van een zogeheten cumulatiegrond. Nu kan dat alleen nog op basis van één ontslaggrond.

Transitievergoeding
De transitievergoeding bij ontslag is afhankelijk van het aantal dienstjaren en van de hoogte van het salaris. De vergoeding kan in 2018 maximaal € 79.000 bedragen of één jaarsalaris als dat meer is. Volgend jaar wordt dit maximaal € 81.000 of één jaarsalaris. Onder de nieuwe regeling wordt de transitievergoeding al vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst opgebouwd en niet pas na twee jaar zoals nu. Daarentegen is er niet langer sprake van een stijging van de transitievergoeding bij een dienstverband van tien jaar of langer. Als de ontbinding wordt toegekend op basis van de eerdergenoemde cumulatiegrond, kan de transitievergoeding door de rechter met maximaal 50% worden verhoogd.

Langer tijdelijk contract
Het wordt voor werkgevers verder mogelijk om pas na drie jaar een vast contract aan te bieden in plaats van de huidige twee jaar. Dit moet een stimulans zijn om meer werknemers een vast contract aan te bieden.

Langere proeftijd
Een wijziging vindt ook plaats inzake de proeftijd, die momenteel nog maximaal twee maanden bedraagt bij een arbeidscontract van twee jaar of langer dan wel een arbeidscontract voor onbepaalde tijd. Deze wordt bij een eerste contract verlengd naar vijf maanden, als de werkgever een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt. Bij een eerste contract voor meer dan twee jaar, kan de proeftijd maximaal drie maanden bedragen.


5. Brexit: bereid u voor!

Op 29 maart 2019 treedt het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Dit heeft grote gevolgen voor ondernemers en niet alleen voor degenen die direct zakendoen in het VK. Wat gaat er veranderen en wat kunt u nu al doen?

Brexit-scenario’s
Hoe de nieuwe relatie met het VK er na de Brexit precies komt uit te zien, is nog niet duidelijk. Er zijn grofweg drie scenario’s. Bij een harde Brexit zullen voor de handel met het VK dezelfde voorwaarden gelden als voor veel andere niet-EU-landen (de zogeheten ‘derde landen’). Dit betekent dat er over en weer importtarieven worden ingevoerd en dat er douaneprocedures van kracht worden. Ondernemers krijgen ook te maken met allerlei andere, extra handelsbelemmeringen.
In het tweede scenario, een zachte Brexit, maken de Britten en de EU onderling specifieke afspraken over bijvoorbeeld handelstarieven, douaneprocedures en productstandaarden. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat het VK voor de handel in goederen in een douane-unie met de EU blijft, maar voor de handel in diensten niet. Daar zouden dan aparte afspraken voor gaan gelden.

Derde scenario, no-deal
In beide scenario’s komt er na 29 maart 2019 waarschijnlijk een overgangsperiode tot 1 januari 2021, waarin alles tijdelijk zo veel mogelijk bij het oude blijft. Maar er is nog een derde scenario mogelijk, namelijk dat de EU en het VK voor 29 maart volgend jaar géén akkoord sluiten. Dit kan bijvoorbeeld als er door politiek gekrakeel in het VK geen akkoord kan worden bereikt. In dat geval gelden de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en komt er geen overgangsperiode. Dan krijgt u dus per 30 maart 2019 direct te maken met bijvoorbeeld hoge importheffingen, strenge douaneprocedures en allerlei extra verplichtingen. Als u diensten aanbiedt, kan het zelfs zo zijn dat u geen toegang meer krijgt tot de Britse markt. Of u kunt geen diensten meer afnemen vanuit het VK.

Wat kunt u al doen?
Omdat de onderhandelingen tussen het VK en de EU nog in volle gang zijn, is nog niet duidelijk of er een akkoord gaat komen en hoe dat er dan precies zal uitzien. Toch kunt u nu al maatregelen nemen die u straks behoeden voor onaangename verrassingen. Doe bijvoorbeeld de Brexit Impact Scan van de overheid op brexitloket.nl. Aan de hand van een aantal vragen krijgt u een beeld van de gevolgen van de Brexit voor uw onderneming. De vragen gaan onder meer over import en export, transport, het gebruik van digitale diensten, toeleveranciers en intellectueel eigendom. Heeft u bijvoorbeeld nagedacht over dataopslag? Uw Britse personeel? Goed om te weten: de overheid past de adviezen in deze scan steeds aan de laatste ontwikkelingen aan.

Een tweede handige site om u goed voor te bereiden, is hulpbijbrexit.nl, opgezet door de overheid, de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland en de banken. U vindt er onder meer uitleg en het laatste nieuws over de Brexit, praktische hulpmiddelen en verhalen van ondernemers die al zijn gestart met hun voorbereiding.

Ervaringen ondernemer
Een van de ondernemers die aan het woord komt, is Robbert Wapstra van tapijtproducent Edel. Edel levert veel tapijten aan het VK en bezorgt binnen 48 uur na bestelling. Na de Brexit zal er door controles meer tijd verloren gaan aan de grens, vreest Wapstra. Daarom slaat hij nu al een voorraad tapijten in zijn Engelse magazijn op, zodat hij snel kan blijven leveren. Ook heeft Edel goed gekeken naar de positie van Britse concurrenten en zoekt het bedrijf nieuwe afzetgebieden. Want stel dat de Britse economie na de Brexit verzwakt? Wapstra heeft zich ook al ingedekt tegen een daling van het Britse pond. Zo is het bedrijf voorbereid op een harde Brexit, terwijl de weg nog openligt bij andere, meer gematigde uitkomsten. Hoe zit dat bij u?

Tip:
Op verschillende Brexit-evenementen voor ondernemers kunt u informatie inwinnen, schakelen met specialisten en ervaringen uitwisselen. Kijk op brexitloket.nl/actueel/evenementen voor een actueel overzicht.


6. Zijn uw kosten wel zakelijk?

Als ondernemer zijn uw zakelijke kosten aftrekbaar van de winst. Maar wat nu als de inspecteur die zakelijkheid bestrijdt? Welke bewijslast heeft u dan?

Uitgangspunt: u beslist
Het uitgangspunt bij het maken van kosten is dat u beslist of u deze kosten maakt of niet. De inspecteur mag dus niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten, ook niet als een kostenpost nauwelijks iets heeft opgeleverd.

Let op!
Zakelijke uitgaven kunnen wel worden geschrapt als ‘geen redelijk denkend ondernemer’ ze zou maken. Een bekend voorbeeld is de tandarts die voor zijn woon-werkverkeer van een privévliegtuig gebruikmaakte.

Twijfel over zakelijkheid
Een en ander neemt niet weg dat er in bepaalde gevallen twijfel kan bestaan over de zakelijkheid van een uitgave. Vaak gaat het dan om uitgaven waar u als ondernemer of dga ook privévoordeel van heeft, of iemand binnen uw familie- of relatiekring. U kunt dan gevraagd worden aannemelijk te maken dat de uitgave zakelijk is.

Duur wijntje
Eerder stond een bv voor de rechter in Den Haag, omdat de inspecteur de aftrek van een wijnfactuur van ruim € 7.000 niet had geaccepteerd. De bv had een appartement gehuurd om relaties te ontvangen en met hen ‘een goed glas wijn’ te drinken. Dit kon op geen enkele manier worden aangetoond en dus werd de aftrek geschrapt.

Zorg voor bewijs
Het is altijd raadzaam om bij discutabele kostenposten, zoals in het voorbeeld van de wijn, te zorgen voor bewijs. In het kader waarvan zijn uitgaven gedaan, wat heeft het opgeleverd, enzovoort. U staat dan sterker bij betwisting door de inspecteur. In bovenstaande zaak waren er bijvoorbeeld geen verslagen gemaakt van de bijeenkomsten met relaties en waren deze afspraken ook niet in agenda’s terug te vinden, wat de zakelijkheid nog meer in twijfel trok.

Aftrek sowieso beperkt
De aftrek van bepaalde kosten, de zogenaamde gemengde kosten, is sowieso beperkt. Voorbeelden van gemengde kosten zijn bijvoorbeeld de kosten voor voedsel en drank. Voor de ondernemer in de inkomstenbelasting in beginsel tot 80%, voor de bv tot 73,5%. Op deze manier wordt al automatisch rekening gehouden met het voordeel dat u geniet van een etentje met relaties.
Heeft u vragen over zakelijke kosten, dan kunt u ons altijd bellen.


7. Dga heeft meer tijd verplicht formulier afkoop PEB in te leveren

Het opbouwen van een pensioen voor de dga in eigen beheer (PEB) is niet meer mogelijk. Reeds bij de eigen bv opgebouwd pensioen kan worden afgekocht of omgezet in een oudedagsverplichting.Een voorwaarde is dat een informatieformulier aan de fiscus verstrekt wordt.

In praktijk blijkt de termijn voor het inleveren van het informatieformulier te kort. Deze termijn bedraagt momenteel één maand na de afkoop of omzetting van het opgebouwde pensioen. Besloten is daarom de termijn onder voorwaarden te verlengen. Is het informatieformulier binnen één jaar na afkoop of omzetting bij de fiscus ingeleverd, dan is dit toch nog tijdig. Heeft de afkoop of omzetting echter meer dan 46 weken vóór 31 oktober 2018 plaatsgevonden, dan moet het formulier binnen 6 weken na 31 oktober zijn aangeleverd.


8. Vraag WBSO vóór 1 december aan

Als u in aanmerking wilt komen voor afdrachtvermindering Speur- en Ontwikkelingskosten per 1 januari 2019, moet u dat uiterlijk 30 november aanvragen. Zelfstandig ondernemers moeten dit vóór 1 januari 2019 doen. De tarieven voor 2019 zijn ongewijzigd ten opzichte van 2018. De aanvraag moet ingediend worden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl). Deze moet één maand voor de start van de werkzaamheden bij de RVO binnen zijn. Als u per 1 januari 2019 gebruik wilt maken van de regeling, moet u dat dus uiterlijk 30 november a.s. aanvragen.

De tarieven in 2018

  • Tarief eerste schijf: 32%
  • Tarief eerste schijf starters: 40%
  • Grens eerste schijf: € 350.000
  • Tarief tweede schijf: 14%

Tot een bedrag van € 350.000 aan R&D-kosten is de hoogte van de afdrachtvermindering 32% (voor starters 40%). Over het bedrag boven de € 350.000 is het percentage 14%.

Disclaimer: "Het recht is uitermate gecompliceerd en veranderlijk. Wij kunnen daarom geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor hetgeen men zonder ons persoonlijk advies onderneemt of nalaat naar aanleiding van de inhoud van deze publicatie."