Nieuwsbrief mei 2019

14 mei 2019

1. Langs de Lat: Luisteren is iets anders dan horen!

Geïnspireerd door Theorie U

Al verschillende malen werd ik gewezen op het boek ‘Theorie U’ van Otto Scharmer. En hoewel ik graag en veel lees, zag ik op tegen het 544 pagina’s tellende boek. Nu er een populaire samenvatting is verschenen, viel deze drempel weg. Eén regenachtig weekend verder ben ik weer verrijkt met tal van inzichten. Eén ervan wil ik je niet onthouden!

In het jachtige tijdperk waarin wij leven, horen we veel doch luisteren we weinig, zo komt onder meer terug. En juist het echt luisteren, leidt tot rijkere inzichten en betere beslissingen. Dus: op welk niveau van luisteren, luister jij met name?

Niveau 1 – Gewoon
Op dit niveau van luisteren, luister je met name naar je zelf en niet naar de persoon waarmee je in contact bent. Of beter gezegd op dit niveau van luisteren, hoor je wel, maar luister je niet. Je luistert namelijk vanuit hetgeen je al weet.

Niveau 2 – Feitelijk
Op dit 2 e niveau vervaagt de zogenaamde innerlijke commentator die op niveau 1 nog voorrang krijgt. Er dringt nieuws tot je door en je merkt op wat anders is doordat je je op de ander richt (en niet op je zelf).

Niveau 3 – Empathisch
Je luistert, kijkt door de oren en ogen van de ander. Je verplaatst je oprecht in hetgeen de andervoelt, ervaart, ziet en denkt. Je begint de situatie door de ogen van de ander te bezien.

Niveau 4 – Generatief
De grens tussen jou en de ander vervaagt. Er ontstaat een gezamenlijke ‘flow’ en daarmee ruimte voor wezenlijk contact en vernieuwing van de relatie met de ander.
Op welke niveau luister jij veelal?

Verder lezen?
Naast deze niveaus van luisteren biedt het boek ‘De essentie van Theorie U. Kernprincipes en toepassingen’ verschillende inzichten en oefeningen welke behulpzaam zijn bij verandervraagstukken.

Mark de Lat,
partner en senior organisatieadviseur bij Eshuis Accountants en Adviseurs


2. Conceptwetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap

Heeft u geld geleend van uw BV en is het totaal van uw schulden aan de BV hoger dan € 500.000? Dan hebben de kabinetsplannen met betrekking tot excessief lenen bij de eigen vennootschap wellicht gevolgen voor u. In maart 2019 is het conceptwetsvoorstel gepubliceerd. Naar verwachting zal in deze zomer het definitieve wetsvoorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer. Ondanks dat de plannen nog niet zijn goedgekeurd en de beoogde ingangsdatum 1 januari 2022 is, kan het verstandig zijn om alvast voor te sorteren.

Inhoud conceptwetsvoorstel
Wanneer u 5% of meer van de aandelen in een vennootschap in uw bezit heeft, heeft u een zogenoemd aanmerkelijk belang en zijn de inkomsten die u geniet uit de vennootschap belast in box 2. Het gaat hier bijvoorbeeld om dividend of vervreemdingswinst. Vanaf 2022 zal daarnaast het deel van de schuld van u aan uw BV dat boven het maximumbedrag van € 500.000 uitstijgt als fictief regulier voordeel worden belast in box 2. Onder voorwaarden worden leningen die zijn aangegaan voor de eigen woning uitgezonderd. Het doel van de maatregel is lenen bij de eigen BV te ontmoedigen en te voorkomen dat box 2 heffing langdurig wordt uitgesteld of zelfs afgesteld.

Voor wie zal de regeling gaan gelden?
De regels zullen gaan gelden voor alle belastingplichtigen met een aanmerkelijk belang in een vennootschap. Van een aanmerkelijk belang is onder meer sprake wanneer u 5% of meer van de aandelen van de vennootschap bezit. De regels zullen hiernaast ook gelden voor de partner en bloed-en aanverwanten in rechte lijn van de aanmerkelijkbelanghouder en/of partner.

Wat zal worden belast?
Alle type leningen van de vennootschap aan de hiervoor genoemde groep personen, met uitzondering van eigenwoningschulden die voldoen aan bepaalde voorwaarden, worden geraakt door de regeling. Het maakt hierbij niet uit of er al dan niet zakelijke voorwaarden zijn gesteld aan de lening(en) of waarvoor het geleende geld is gebruikt. De schulden aan de vennootschap worden overigens niet gesaldeerd met vorderingen op de vennootschap.

Het bovenmatige deel van de som van de schulden wordt als fictief regulier voordeel belast in box 2. De schulden blijven echter wel bestaan; de heffing in box 2 verandert niets aan de eventuele verplichting tot betalen van rente en aflossingen. Het bovenmatige deel van de schulden is het bedrag dat uitkomt boven het maximumbedrag van €500.000. Wanneer een deel van de schulden in de heffing is betrokken, wordt het maximumbedrag met dit bedrag verhoogd. Op die manier wordt dubbele heffing voorkomen. Dit geldt ook bij vervreemding van het aanmerkelijk belang. Onderstaand treft u twee voorbeelden ter verduidelijking van de gevolgen van het conceptwetsvoorstel.

Voorbeeld 1: schulden en vorderingen
Jansen heeft een lening van € 400.000 en een rekening-courantschuld van € 300.000 aan de BV waarvan hij enig aandeelhouder is. Daarnaast heeft hij een vordering van € 50.000 op de BV. De regeling geldt voor het totaalbedrag aan schulden van € 700.000; de vordering van € 50.000 wordt niet op de schulden in mindering gebracht. Het bovenmatige deel van de schulden is 700.000 -/- 500.000 = 200.000. Dit bedrag wordt belast in box 2. Het maximumbedrag van € 500.000 wordt met € 200.000 verhoogd tot € 700.000.

In het daarop volgende jaar heeft Jansen schulden aan de BV van in totaal € 1.000.000. Het bovenmatige deel van de schulden is 1.000.000 -/- 700.000 = 300.000. Dit bedrag wordt in dit jaar in de heffing betrokken. Het maximumbedrag wordt verhoogd tot € 1.000.000.

Voorbeeld 2: vervreemding aanmerkelijk belang
Pietersen is enig aandeelhouder van zijn BV. Hij heeft de aandelen in de BV ooit verworven voor € 1. Pietersen heeft een schuld van € 750.000 aan zijn BV. Het bovenmatige deel van de schulden dat in box 2 in de heffing wordt betrokken is 750.000 -/- 500.000 = 250.000.
In het daarop volgende jaar verkoopt Pietersen alle aandelen in de BV aan een derde. De verkoopprijs bedraagt € 400.001. Onder de huidige wetgeving zou het vervreemdingsvoordeel van 400.001 -/- 1 = 400.000 in box 2 worden belast. Echter door de heffing over het fictieve voordeel van € 250.000 in het vorige jaar, wordt dit jaar een vervreemdingsvoordeel van 400.001 -/- 1 -/- 250.000 = 150.000 belast.

Eigenwoningschulden die niet onder de regeling vallen
Zowel nieuwe als bestaande eigenwoningschulden vallen niet onder de regeling, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • De schuld kwalificeert onder de Wet IB 2001 als eigenwoningschuld voor de eigenwoningregeling van box 1
  • Voor de schuld is recht van hypotheek verstrekt als bedoeld in Titel 9 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek

Alleen voor op 31 december 2021 bestaande eigenwoningschulden geldt de laatstgenoemde voorwaarde niet.

Wat kunt u nu doen?
Het ziet ernaar uit dat u nog tot en met 2022 de tijd heeft om voor te sorteren op deze maatregelen. U kunt heffing voorkomen door het totaalbedrag van de schulden te laten afnemen. Dit kan (indien mogelijk) bijvoorbeeld door af te lossen, de financieringsstructuur te wijzigen of dividend uit te keren. Indien aflossing van de schulden door dividend gewenst is, wees er dan op bedacht dat het tarief in box 2 gaat stijgen de komende jaren! In 2019 bedraagt het tarief nog 25%. Maar in 2020 stijgt het tarief naar 26,25% en vanaf 2021 is het tarief 26,9%.

Geen stress!
Heeft u een schuld aan uw BV die boven het maximumbedrag van € 500.000 uitstijgt? Geen stress! De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2022. Als peildatum voor het fictief regulier voordeel over 2022 geldt 31 december 2022. U heeft dus tot 31 december 2022 de mogelijkheid om de schuldenpositie terug te brengen tot het maximumbedrag van € 500.000. Wilt u weten wat de gevolgen van deze regeling voor uw situatie kunnen zijn? Of bent u van plan alvast voor te sorteren? Neem dan gerust contact op met één van de fiscalisten van Eshuis Accountants en Adviseurs via info@eshuis.com of op 088 – 500 95 00. Zij helpen u graag verder!


3. Salderingsregeling zonnepanelen na 2023 geleidelijk afgebouwd

Particulieren kunnen na 2023 een deel van de energiebelasting niet meer terugkrijgen van de overheid. Vanaf 2031 krijgt men de energiebelasting helemaal niet meer terug. De afbouw van deze zogenaamde salderingsregeling is door bewindslieden Wiebes en Snel voorgelegd aan de Tweede Kamer.

Salderingsregeling
De salderingsregeling betekent dat particulieren met zonnepanelen de opgewekte zonne-energie tegen dezelfde prijs aan het energiebedrijf kunnen terugleveren als de prijs die ze zelf voor energie betalen. Deze regeling wordt dus vanaf 2023 tot 2031 stapsgewijs afgebouwd. Een eerdergenoemd alternatief in de vorm van een terugleversubsidie is daarmee van de baan.

Gesplitste meter
Om een en ander te realiseren, is het noodzakelijk dat iedereen vanaf 2023 over een gesplitste meter beschikt. Dit zal bij wet worden vastgelegd. Een gesplitste meter hoeft geen ‘slimme’ meter te zijn, zodat tegemoet wordt gekomen aan de wensen van degenen die omwille van privacy geen slimme meter willen hebben.

Let op!
Om na 2023 gebruik te kunnen blijven maken van de salderingsregeling, moet u in 2023 over een gesplitste meter beschikken.

Zonne-energie blijft aantrekkelijk Volgens Wiebes en Snel blijft zonne-energie ook zonder volledige verrekening van de energiebelasting aantrekkelijk vanwege een verwachte daling van de kosten van zonnepanelen. De terugverdientermijn blijft volgens hen dan ook gemiddeld ongeveer zeven jaar.


4. Uw vrijwilligersbeleid op orde? Doe de check!

Als uw organisatie afhankelijk is van de inzet van vrijwilligers, is een goed vrijwilligersbeleid cruciaal. Zeker nu de Belastingdienst het toezicht op stichtingen en verenigingen intensiveert. De ‘Zelfevaluatie’ van de vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) kan daarbij een handje helpen.

Controle Belastingdienst
De Belastingdienst gaat de komende periode controleren of de belastingplicht van onbeschreven stichtingen of verenigingen nog steeds niet van toepassing is. Met onbeschreven wordt gedoeld op die organisaties die niet in de administratie van de Belastingdienst voorkomen, maar wel bij de Kamer van Koophandel ingeschreven staan.

Sportbranche en VvE
Dit jaar betreft het de sportbranche en de Verenigingen van Eigenaars. Later volgen andere branches. Hiertoe krijgt uw organisatie over enkele weken een vragenformulier van de Belastingdienst.

Let op!
Als in de oprichtingsakte geen winstoogmerk is opgenomen, wil dat nog niet zeggen dat er geen belastingplicht is. Stichtingen en verenigingen die dezelfde economische activiteiten ondernemen als bedrijven zijn namelijk gewoon belastingplichtig.

Nieuwe Zelfevaluatie beschikbaar
Als er in uw organisatie vrijwilligers werkzaam zijn, moet u met veel zaken rekening houden. Met de ‘Zelfevaluatie vrijwillige inzet goed geregeld’ kunt u knelpunten in kaart brengen. Daarbij krijgt u praktische tips om vrijwilligersbeleid te maken of te verbeteren. U kunt de zelfevaluatie gratis downloaden.

Keurmerk aanvragen
Heeft uw organisatie het vrijwilligersbeleid op orde, dan kunt u bij het NOV een keurmerk aanvragen. Dat laat zien dat vrijwilligers bij u in goede handen zijn en dat u een goed beleid serieus neemt. Hieraan zijn wel kosten verbonden en de hoogte daarvan is afhankelijk van de grootte van uw organisatie. Als uw vrijwilligersbeleid aan de kwaliteitscriteria van het NOV voldoet, ontvangt u het keurmerk voor een periode van vier jaar.


5. Vrijgestelde vergoeding zakenreis verhoogd

Wat kunt u aan uw werknemers onbelast vergoeden als zij een zakenreis in binnen- of buitenland maken? Daarvoor kunt u een richtlijn aanhouden, namelijk de Reisbesluiten binnen- en buitenland voor ambtenaren. De maximale vergoedingen voor buitenlandse zakenreizen zijn net per 1 april verhoogd. De bedragen voor binnenlandse reizen zijn al eerder aangepast.

Voorwaarden
Hoewel de reisbesluiten, die worden uitgevaardigd door het ministerie van Financiën, in principe voor rijksambtenaren gelden, biedt het ondernemers ook houvast. Als de uitgaven van de werknemer op dienstreis vergelijkbaar zijn met die van de ambtenaar op dienstreis, dan mag de werkgever zonder verder bewijs dezelfde bedragen aan reis- en verblijfskosten onbelast vergoeden. Dat scheelt administratieve lasten (bonnetjes, declaraties) en het geeft fiscaal enig ‘houvast’.

Verblijfskosten
Onder verblijfskosten wordt verstaan: de noodzakelijke kosten van logies, maaltijden en kleine uitgaven voor zover deze voor rekening van de werknemer zelf komen en nog niet door de werkgever of iemand anders zijn betaald.

Discussie
Over het al dan niet vergelijkbaar zijn met de uitgaven van een ambtenaar zou discussie kunnen ontstaan met de Belastingdienst. Zo zal een vertegenwoordiger die elke avond met relaties gaat eten niet snel vergelijkbaar zijn met een ambtenaar op dienstreis, omdat de kosten nogal afwijken.

Tip!
Wilt u uw werknemers een vergoeding van hun zakenreizen via de reisbesluiten geven zonder risico? Overleg dan van tevoren met de Belastingdienst of u deze regeling mag toepassen.

Let op!
Wanneer de werkgever meer vergoedt dan de forfaitaire bedragen, kan hij het bovenmatige deel van de vergoeding tot het loon van de werknemer rekenen of als eindheffingsloon aanwijzen.

Buitenlandse dienstreizen
De aanpassing van de vergoedingen voor het buitenland vindt twee keer per jaar plaats, op 1 april en 1 oktober. De vergoeding is gespecificeerd op een maximum voor logieskosten en voor overige kosten. De maxima zijn verhoogd vanwege de gestegen prijzen. De vergoeding is gebaseerd op de te maken kosten en varieert daarom per land. Zo is de vergoeding voor logies (per overnachting) in Barcelona bijvoorbeeld gemaximeerd op € 126 en voor New York op € 412.

Binnenlandse dienstreizen
Voor binnenlandse dienstreizen kunnen per 1 januari 2019 maximaal de volgende bedragen onbelast worden vergoed:

  • de dagcomponent voor de kleine uitgaven overdag, mits men ten minste 4 uur op dienstreis is: € 4,52 voor ieder vol etmaal
  • de avondcomponent voor de kleine uitgaven ’s avonds, mits men voor de dienstreis ook elders moet overnachten: € 9,05
  • de lunchcomponent als de tijd tussen 12.00 en 14.00 uur in de dienstreis valt: € 9,16
  • de dinercomponent als de tijd tussen 18.00 en 21.00 uur in de dienstreis valt: € 22,99
  • de logiescomponent als men voor de dienstreis ergens moet overnachten: € 102,59
  • de ontbijtcomponent, mits men voor de dienstreis ook elders heeft moeten overnachten: € 10,13.

Sites reisbesluiten
Op de volgende sites kunt u meer vinden over de reisbesluiten: het Reisbesluit buitenland en het Reisbesluit binnenland. Heeft u vragen over de vergoeding voor personeel? Wij adviseren u graag.


6. Nieuwe bedragen minimumloon per 1 juli 2019

Het wettelijk minimumloon wordt per 1 juli 2019 verhoogd naar € 1635,60 bruto per maand. Verder krijgen 21-jarigen vanaf die datum het volledige minimumloon en wordt het minimumloon voor werknemers van 18 tot en met 20 jaar extra verhoogd.

Vaste percentages voor jongere werknemers
Alle werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er 1,23% op vooruit. De bedragen gelden voor werknemers die fulltime werken.

Leeftijd % Per maand Per week Per dag
21 jaar en ouder 100% € 1635,60 € 377,45 € 75,49
20 jaar 80% € 1308,50 € 301,95 € 60,39
19 jaar 60% € 981,35 € 226,45 € 45,29
18 jaar 50% € 817,80 € 188,75 € 37,75
17 jaar 39,5% € 646,05 € 149,10 € 29,82
16 jaar 34,5% € 564,30 € 130,20 € 26,04
15 jaar 30% € 490,70 € 113,25 € 22,65

Het brutominimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 per week
21 jaar en ouder € 10,49 € 9,94 € 9,44
20 jaar € 8,39 € 7,95 € 7,55
19 jaar € 6,30 € 5,96 € 5,67
18 jaar € 5,25 € 4,97 € 4,72
17 jaar € 4,15 € 3,93 € 3,73
16 jaar € 3,62 € 3,43 € 3,26
15 jaar € 3,15 € 2,99 € 2,84

Voor parttimers loon naar rato
Werkt een werknemer minder dan fulltime, dan geldt ook een lager minimumloon. Hoeveel dat dan wordt, is afhankelijk van het aantal uren dat uw organisatie voor een fulltime werkweek hanteert.

Voor BBL gelden andere percentages
Voor werknemers van 18 tot en met 20 jaar, die werken op basis van een arbeidsovereenkomst in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (BBL), gelden andere percentages.

Leeftijd % Per maand Per week Per dag
20 jaar 61,50% € 1005,90 € 232,15 € 46,43
19 jaar 52,50% € 858,70 € 198,15 € 39,63
18 jaar 45,50% € 744,20 € 171,75 € 34,35

Het brutominimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
20 jaar € 6,45 € 6,11 € 5,81
19 jaar € 5,51 € 5,22 € 4,96
18 jaar € 4,78 € 4,52 € 4,30

7. Wettelijke vakantiedagen 2018 vervallen op 1 juli

De wettelijke vakantiedagen die werknemers in 2018 hebben opgebouwd, vervallen per 1 juli 2019. Wanneer u uw werknemers daar tijdig op wijst, kunnen zij deze vakantiedagen nog vóór die datum opnemen. Sinds 2012 geldt dat wettelijke vakantiedagen een halfjaar na het jaar van opbouw vervallen. Bovenwettelijke vakantiedagen vervallen vijf jaar na het jaar van opbouw. Neemt een werknemer vakantiedagen op, dan streept u de vakantiedagen af in volgorde van hun geldigheidsduur.

Andere afspraken
In een arbeidsovereenkomst of cao kunt u met werknemers afspreken dat vakantiedagen later vervallen. Eerder is niet toegestaan. Is uw werknemer niet in staat geweest de wettelijke vakantiedagen op te nemen, bijvoorbeeld door ziekte of omdat de werkzaamheden het niet toelieten, dan geldt een verjaringstermijn van vijf jaar.


8. Alleen nog e-facturen naar overheid

Als u een gemeente of onderwijsinstelling als klant of opdrachtgever hebt, moeten deze organisaties vanaf 18 april 2019, volgens de richtlijnen van de Rijksoverheid, elektronische facturen kunnen ontvangen en behandelen. Dat geldt voor de Rijksoverheid, alle decentrale overheden en alle andere aanbestedingsplichtige organisaties.

Eisen?
Dat betekent ook dat ondernemers die leveren aan de genoemde overheidsorganisaties, gevraagd kunnen worden om vanaf 18 april 2019 elektronisch te factureren. Het is ook mogelijk dat deze organisaties dat zelfs gaan eisen. Voor alle duidelijkheid: elektronisch factureren is iets anders dan digitaal factureren. Bij digitaal factureren verstuurt u via e-mail de rekening als pdf-bestand. Meer weten over de e-factuur? Ga naar de volgende site

Disclaimer: "Het recht is uitermate gecompliceerd en veranderlijk. Wij kunnen daarom geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor hetgeen men zonder ons persoonlijk advies onderneemt of nalaat naar aanleiding van de inhoud van deze publicatie."