Nieuwsbrief februari 2020

Nieuwsbrief februari 2020

11 februari 2020

1. Regeling compensatie transitievergoeding

Afscheid genomen van een langdurig zieke medewerker?
Kom vanaf 1 april 2020 in aanmerking voor compensatie van de betaalde transitievergoeding!

Zoals u vast weet, moet de werkgever aan een zieke medewerker gedurende twee jaar het loon doorbetalen. In deze jaren (‘de wachttijd’) mag de werkgever bovendien de arbeidsovereenkomst niet beëindigen. Na afloop van de wachttijd kan de werkgever besluiten afscheid te nemen van de medewerker; via een ontslagprocedure bij het UWV of met wederzijds goedvinden (middels een vaststellingsovereenkomst).

Ook de langdurig zieke medewerker heeft bij ontslag recht op de wettelijke transitievergoeding, die kan oplopen tot tienduizenden euro’s! De werkgever voelt zich doorgaans dan ook dubbel benadeeld; twee jaar loondoorbetaling bij ziekte (met alle aanvullende kosten van dien) en daarbovenop de transitievergoeding. Een consequentie hiervan was tot voor kort dan ook dat een medewerker na twee jaar ziekte niet werd ontslagen, maar ‘slapend’ in dienst werd gehouden.

De wetgever kon zich wel vinden in het gevoel van de werkgever. Om de werkgever tegemoet te komen én om een einde te maken aan de slapende dienstverbanden, is – als onderdeel van de WAB – de Regeling compensatie transitievergoeding in het leven geroepen.

Regeling compensatie transitievergoeding
Met deze regeling – die van kracht wordt op 1 april aanstaande – kan de werkgever de transitievergoeding, betaald na het einde van de wachttijd, gecompenseerd krijgen. Deze compensatieregeling is zowel van toepassing bij eenzijdig ontslag via het UWV als bij een beëindiging met wederzijds goedvinden, zolang het einde van de arbeidsovereenkomst maar samenhangt met de langdurige ziekte.

De compensatieregeling werkt bovendien met terugwerkende kracht; transitievergoedingen die op of na 1 juli 2015 zijn betaald, komen in aanmerking voor een compensatie. Dus kijkt u eens terug in uw administratie, misschien kunt u een transitievergoeding van een aantal jaar geleden nog wel gecompenseerd krijgen!

Hoogte compensatie
De compensatie is gelijk aan de wettelijk verschuldigde transitievergoeding, maar bedraagt nooit méér dan de transitievergoeding die de werkgever verschuldigd zou zijn geweest bij het einde van de wachttijd. Let op: slapende dienstjaren worden dus niet gecompenseerd, waardoor bij beëindiging van een slapend dienstverband doorgaans de transitievergoeding hoger is dan de compensatie.

De hoogte van de compensatie wordt vastgesteld aan de hand van de ‘nieuwe’ rekenregels van de WAB. Voor elk jaar dat het dienstverband heeft geduurd, bedraagt de transitievergoeding (en dus de maximale compensatie) 1/3 maandsalaris.

Misschien krijgt u die transitievergoeding van tienduizenden euro’s wel gecompenseerd!
Heeft u hulp nodig bij bijvoorbeeld het de aanvraag van de compensatie, het bepalen van de hoogte van de transitievergoeding en/of bij de beëindiging van een (slapend) dienstverband? Neemt u dan contact op met Mirjam Struijk-Doornweerd, jurist arbeidsrecht, op telefoonnummer 088-500 95 86 of e-mailadres m.struijk@eshuis.com.


2. Langs de Lat: De businesscase is dood. Leve de valuecase!

De afgelopen tijd heb ik verschillende klanten mogen begeleiden bij het opstellen of herijken van hun strategische koers en het daaruit voortvloeiende businessmodel. In deze sessies ga ik met onze opdrachtgevers niet alleen op zoek naar het ‘gat in de markt’, maar zeker ook naar het ‘gat in de maatschappij’, dat kan worden ingevuld. Want wat is er nu mooier dan waarde ÉN winst realiseren.

Vervolgens is het dan niet meer dan logisch de businesscase met een opdrachtgever door te rekenen. Maar tja… als je als uitvloeisel van een strategiesessie met een investeringsaanvraag voor véél zonnepanelen bij een bank komt. Dit ook nog wil combineren met een corporatie voor medewerkers onder het motto ‘Zonnepaneel’ van de zaak, dan gaat het klassieke businesscase denken mank.

‘Als een service’-concepten
Zo lang we nog denken in het realiseren van rendement op een nieuwe activiteit binnen één jaar of afschrijven binnen drie jaar als zeven tot tien jaar realistischer is, komen we met de klassieke businesscase lastig vooruit. Denk maar eens aan de toenemende wens ‘…als een service’-concepten naar de markt te brengen: gebouwen als een service, wanden als een service, wegen als een service, liften als een service en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Van businesscase naar valuecase
Het is dus zaak anders te leren kijken, denken en handelen. Daarbij kan het redeneren vanuit een valuecase behulpzaam zijn, zo zien we in onze dagelijkse praktijk. In onderstaand schema staat de beweging omschreven van ‘businesscase’ naar ‘valuecase’.

Aan de slag?
Aan de slag met ‘valuecases’? Ons team ‘financieren’ staat voor je klaar! Neem daarvoor contact met ons op via: https://www.eshuis.com/over-eshuis/contact/


3. Vergeet eindheffing werkkostenregeling niet!

Als u in 2019 meer aan vergoedingen en verstrekkingen uitgaf dan de zogenaamde ‘vrije ruimte’ in de werkkostenregeling, moet u over dit meerdere eindheffing betalen. Vergeet deze niet uiterlijk in de eerste aangifte van 2020 aan te geven.

Werkkostenregeling
Via de werkkostenregeling mag u vergoedingen en verstrekkingen belastingvrij aan uw personeel uitkeren. Als het bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen niet méér is dan de vrije ruimte, hoeft u als werkgever ook geen belasting te betalen.

Let op!
De vrije ruimte bedraagt in 2019 nog 1,2% van uw loonsom.

Eindheffing
Komt het bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen boven de vrije ruimte uit, dan betaalt u als werkgever 80% eindheffing over het meerdere. Deze moet u voor het jaar 2019 in de eerste aangifte van 2020 aangeven.

Voorbeeld:
Uw loonsom was in 2019 € 1.000.000. Uw vrije ruimte was dus 1,2% x € 1.000.000 = € 12.000. U heeft in 2019 in totaal voor € 20.000 uitgegeven aan vergoedingen en verstrekkingen. Over € 20.000 -/- € 12.000 = € 8.000 moet u eindheffing betalen. De af te dragen eindheffing is dus 80% x € 8.000 = € 6.400.

Aangiftebrief
In de regel doet u per vier weken of per maand aangifte. Wanneer u in 2020 aangifte moet doen, staat in de aangiftebrief die u in november heeft gekregen. Hierin staan ook de bijbehorende uiterste aangifte- en betaaldatums.

Let op!
Vanaf volgend jaar hoeft u pas in de tweede aangifte van het jaar de eindheffing op te nemen. Dit jaar helaas nog niet.


4. BOR bij schenken vastgoed-bv

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) voor vastgoed-bv’s blijft de gemoederen bezighouden. Onlangs heeft het hof Amsterdam in het kader van de BOR beslist dat de verhuur van vastgoed een ondernemingsactiviteit is.

Bedrijfsopvolgingsregeling
De bedrijfsopvolgingsregeling geeft een vrijstelling van 100% over de waarde van een onderneming van € 1.000.000. Boven deze waarde is een vrijstelling van 83% van toepassing. De vrijstelling geldt zowel bij een overlijden als bij een schenking van aandelen.

Casus hof Amsterdam
In de casus bij het hof Amsterdam is sprake van een schenking van aandelen in een vastgoed-bv, waarbij een beroep is gedaan op de BOR. De vastgoed-bv verhuurt naast enkele kantoorunits een hotelgebouw. De bv voert haar werkzaamheden uit in een van haar eigen kantoorunits. 83,9% van de totale waarde van het vastgoed ziet op het hotelgebouw, het restant van 16,1% op het kantoorgebouw. De bv heeft zelf 4,9% van het totaal in gebruik. Naast het vastgoed bezit de bv een aanzienlijk bedrag aan liquide middelen.

Oordeel rechtbank
De rechtbank heeft in 2018 in deze zaak geoordeeld dat er geen sprake is van het drijven van een onderneming. Gelet op de aard en omvang van de arbeid die wordt verricht met betrekking tot het vastgoed, is volgens het hof wel degelijk sprake van het drijven van een onderneming.

Criteria
Er is namelijk sprake van een intensieve bemoeienis bij de vastgoedexploitatie. Daarnaast is bij de verhuur van het hotelgebouw sprake van een hoger rendement dan het normrendement (IPD Nederlandse vastgoedindex). Het verhuurde kantoorgebouw valt overigens buiten de onderneming (met uitzondering van de eigen gebruikte unit).

Verdeling
Uiteindelijk werd 88,7% aangemerkt als ondernemingsvermogen. Daarnaast wordt 83,9% van de aanwezige liquide middelen als ondernemingsvermogen aangemerkt. Daarboven mag nog eens 5% van het ondernemingsvermogen als vrijgesteld beleggingsvermogen worden meegeteld. Al met al een interessante uitspraak.

Belastingdienst
De Belastingdienst is steevast van mening dat bij vastgoedverhuur sprake is van een beleggingsactiviteit. Op grond van deze uitspraak en van rechtspraak van een aantal jaren geleden, kan bij verhuur van vastgoed wel degelijk sprake zijn van een onderneming. Het loont dus om dit samen met uw adviseur nader uit te zoeken.


5. Gebruik bestelauto onduidelijk? Geen bijtelling!

Ook voor het privégebruik van een zakelijke bestelauto geldt in beginsel gewoon de bekende bijtelling. Hierop bestaan wel enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer door de aard van het werk verschillende werknemers de bestelauto doorlopend afwisselend gebruiken. Hoe moeten de begrippen ‘doorlopend’ en ‘afwisselend’ in de praktijk worden uitgelegd?

Bijtelling bestelauto
Voor een bestelauto bedraagt de bijtelling dit jaar gewoon 22% inclusief bpm en btw, tenzij de bestelauto volledig elektrisch is. Is de auto vóór 2017 voor het eerst op kenteken gezet, dan kan een ander percentage bijtelling van toepassing zijn.

Oplossing voor de praktijk
Anders dan bij personenauto’s komt het bij bestelauto’s regelmatig voor dat deze afwisselend door verschillende werknemers worden gebruikt, bijvoorbeeld in de bouw en aanverwante bedrijven. Als alternatief voor de bijtelling per individuele werknemer is er voor de praktijk een oplossing gezocht via een eindheffing.

Eindheffing
Deze oplossing betekent dat in plaats van de bijtelling bij de werknemer, de werkgever een eindheffing verschuldigd is van € 300 per bestelauto per jaar. Er vindt dan geen bijtelling bij de individuele werknemers plaats.

Voorwaarden
Deze eindheffing is best een aantrekkelijke regeling. Niet alleen vanwege het lage bedrag aan eindheffing, maar ook omdat dan verder geen kilometeradministratie meer hoeft te worden bijgehouden. Dat het voor werknemers ook aantrekkelijk is, spreekt voor zich. De eindheffing komt alleen in plaats van de bijtelling als de bestelauto door de aard van het werk doorlopend afwisselend gebruikt wordt door twee of meer werknemers. Daardoor moet ook niet goed zijn vast te stellen of en aan wie de bestelauto voor privégebruik ter beschikking staat. Dit is onlangs nog bevestigd in een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag.

Wie gebruikt auto privé?
In genoemde zaak werd een bestelauto doorlopend afwisselend gebruikt door twee werknemers van een aannemersbedrijf. Wie de bestelauto ’s avonds mee naar huis nam, hing af van de vraag wie er het verst van de op dat moment uit te voeren klus woonde.

De rechter kwam tot de conclusie dat juist voor dit soort situaties de eindheffing is ingevoerd en vernietigde de naheffing met boete.


6. Aftrekpost gemengde kosten: hoe bereken je die?

Gemengde kosten zijn in 2020 tot een vast bedrag van € 4.700 niet aftrekbaar van de winst. Dit betekent een verhoging met € 100 ten opzichte van vorig jaar. Naast het vaste bedrag kunt u ook kiezen voor een wettelijk vastgesteld percentage. Welke is voor u het voordeligst?

Wat zijn gemengde kosten?
‘Gemengde kosten’ is een fiscale benaming voor kosten die naast een zakelijk ook een privé-element bevatten. Vanwege dit privé-element zijn deze kosten deels niet aftrekbaar.

Voorbeelden
Onder gemengde kosten vallen de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen, de kosten van representatie, inclusief recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak en de kosten van congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke.

Aftrek beperkt tot 80% of 73,5%
In plaats van een vast bedrag, kunt u er ook voor kiezen een wettelijk vastgesteld percentage niet in aftrek te brengen. De aftrek van deze kosten is in beginsel beperkt tot 80% voor ondernemers in de inkomstenbelasting en tot 73,5% voor ondernemingen in de vennootschapsbelasting, zoals bv’s.

Vast bedrag of percentage?
Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting en geeft u gedurende het jaar meer uit aan gemengde kosten dan € 23.500, kies dan voor het vaste bedrag. Als van de gemengde kosten namelijk 20% niet aftrekbaar is, is dit gelijk aan het vaste bedrag van € 4.700.

Loonsom soms bepalend voor bv’s
Bij de vennootschapsbelasting kunt u dus kiezen uit een vast bedrag of een wettelijk vastgesteld percentage (dus 73,5%). Maar als 0,4% van de fiscale loonsom binnen de onderneming hoger is dan € 4.700, dan is dat bedrag niet aftrekbaar.

Let op!
Dit betekent dat voor bedrijven in de vennootschapsbelasting met een loonsom van meer dan € 1.175.000 het vaste bedrag hoger ligt dan € 4.700 (€ 1.175.000 x 0,4% = € 4.700). Voor deze bedrijven heeft de verhoging naar € 4.700 dus geen gevolgen.


7. Uitstel loonaangifte vanwege problemen eHerkenning

Moet u voor de loonaangifte 2020 nog het nieuwe inlogmiddel eHerkenning aanschaffen en deed u de laatst ingediende loonaangifte nog in het oude portaal van de Belastingdienst voor ondernemers? Dan krijgt u van de Belastingdienst uitstel voor de loonaangifte tot 1 juli 2020. Deze verplichting heeft namelijk bij ondernemers en de Tweede Kamer tot veel ophef geleid vanwege de verplichte kosten voor eHerkenning. Het uitstel geldt voor ondernemers die overstappen naar Mijn Belastingdienst Zakelijk en daarvoor eHerkenning moeten aanschaffen, maar ook voor ondernemers die voortaan via een fiscaal dienstverlener of marktsoftware aangifte doen. Ondernemers die hiervoor in aanmerking komen, ontvangen een brief van de Belastingdienst. De ministeries Binnenlandse Zaken en Financiën hebben aangegeven op zoek te gaan naar oplossingen voor de problemen, bijvoorbeeld door in gesprek te gaan met de private leveranciers van eHerkenning over een structurele prijsdaling.


8. Aanvraag WBSO versoepeld

Vanaf 1 januari 2020 kunnen werkgevers flexibeler gebruikmaken van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Daartoe is de aanvraagprocedure op twee punten gewijzigd. De voorwaarden blijven gelijk aan 2019. De eerste wijziging is dat de ‘tussenmaand’ bij het aanvragen vervalt. Als een werkgever met ingang van 1 februari 2020 gebruik wil maken van de WBSO, dan kan hiervoor op 31 januari 2020 nog een aanvraag worden ingediend (uitzondering voor aanvragen voor een periode die per 1 januari ingaat). Wat betreft de tweede wijziging: u mag vanaf 2020 maximaal vier keer per jaar een WBSO-aanvraag indienen. Eerst was dat maximaal drie keer per jaar.

Disclaimer: "Het recht is uitermate gecompliceerd en veranderlijk. Wij kunnen daarom geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor hetgeen men zonder ons persoonlijk advies onderneemt of nalaat naar aanleiding van de inhoud van deze publicatie."