Nieuwsbrief februari 2018

Nieuwsbrief februari 2018

13 februari 2018

1. Wendbaarheid, lenigheid, agility….
What’s in a name?

Kijkend naar uitingen op social media, de vakbladen en de uitingen van adviesbureaus MAAKT duidelijk dat er een nieuwe hype gaande is. Een hype die geduid wordt met woorden als wendbaarheid, lenigheid en agility. Op het ene moment gaat het dan over ‘scrummen’, in de andere over het verandervermogen van mens en organisatie.

Reden te meer om in deze ‘Langs De Lat’ inzichten te delen, die zijn opgedaan door wetenschappelijke en vakliteratuur uit te pluizen.

Agility: wat is dat eigenlijk?

In de literatuur komen verschillende definities voorbij:

    • “A comprehensive response to the business chalenges of profiting from rapidly changing contually fragmenting global markets for high quality, high performance, customer configured goods and services” (Eranda & Verma, Journal of Aplied Management and Technolgy, Vol 6, num 3);
    • TNO gebruikt als definitie voor veerkrachtige (resilient) organisatie de definitie van Hollnagel (Steijger et al): “The intrinsic ability of a system to adjust its functioning prior to, during, or following changes and disturbances, so that it can sustain required operations even after a major mishap (or in the presence of continuous stress”;
    • Volgens het Advanced Research Programs Agency en het Agility Formum (Sarkins, 2001) is “agility the ability to thrive in an environment of continuous and often unanticipated change”;
    • “Lean works best in high volume, low variety and predictable environments, whereas agility is needed in a less predictable environment where the demand of variety is high” (Satyendra Kumar Sharma Anil Bhat, 2014);
    • Reactievermogen van organisaties gezien als “the ability of firms to quickly respond to changes in their external enviroment is primary a determinant of firm performance (Kuratko et al, 2001).

Ik geef er overigens de voorkeur aan de Nederlandse term ‘aanpassingsvermogen’ te gebruiken. Doorredenerend op het voorgaande is de definitie van aanpassingsvermogen voor mij:
Het vermogen van organisaties om te anticiperen op (on)verwachte ontwikkelingen in maatschappij en markt, waardoor de organisatie en haar mensen in staat zijn zich snel op de nieuwe omstandigheden aan te passen. Zodanig dat de continuïteit van de onderneming gewaarborgd blijft.

Hoe staat het met het aanpassingsvermogen van uw organisatie?

In de speurtocht naar inzichten kwam de volgende ‘praka-demische’ vragenset voorbij gebaseerd op Hollnagel (How resilient is your organisation?, 2011). Deze set vragen kent de volgende stellingen (1= geheel oneens, 5 = geheel eens):

      1. Mijn organisatie krijgt veranderingen in werkomstandigheden (in- en extern) snel in beeld (monitoren)
      2. Mijn organisatie kan snel reageren op onverwachte veranderingen (reageren)
      3. Mijn organisatie anticipeert op externe ontwikkelingen (anticiperen)
      4. Mijn organisatie is een lerende organisatie (leren)

Wilt u verder praten over de wijze waarop we vanuit Eshuis Accountants en Adviseurs een bijdrage kunnen leveren om het aanpassingsvermogen van uw organisatie te vergroten, dan hoor ik dat graag.
Met vriendelijke groet,
Mark de Lat, partner en senior organisatieadviseur
Bereikbaar op 088- 500 95 85


2. Reparatie van de kortere WW? Ook in uw bedrijf mogelijk!

Sinds enige tijd is er sprake van een geleidelijke verkorting van de maximale uitkeringsduur van de WW-uitkering en de loongerelateerde WGA-uitkering van 38 naar 24 maanden. Via cao-afspraken zal deze verkorting de komende tijd veelal gerepareerd gaan worden. Maar wat als er in uw bedrijf geen sprake is van een cao? Is er dan geen reparatie van de verkorte uitkeringsduur mogelijk?
Hieronder een korte uitleg.

Wijzigingen in WW

Per 1 januari 2016 zijn in de wettelijke WW- en loongerelateerde WGA-uitkeringen wijzigingen doorgevoerd.

Opbouw:

  • Vanaf 1 januari 2016 bouw je vanaf het 10e jaar een halve maand WW-recht op. Tot en met het 10e dienstjaar blijft dat een maand per dienstjaar.
  • Het opgebouwd arbeidsverleden tot 2016 blijft bestaan als grondslag voor je WW recht. Elk jaar arbeidsverleden voor 2016 geeft recht op één maand WW.

Duur:

  • De maximale WW-duur wordt geleidelijk ingekort van 38 naar 24 maanden.
  • De overgangsregeling is dat deze afbouw plaatsvindt met 1 maand per kwartaal, van 1 januari 2016 tot 1 juli 2019 (14 kwartalen). Vanaf 1 juli 2019 geldt dus voor iedereen een maximale uitkeringsduur WW van 24 maanden.

Hoogte:

  • De hoogte van de WW blijft ongewijzigd, dat wil zeggen, loongerelateerd.

Cao-afspraken

Inmiddels is er een PAWW-regeling in het leven geroepen waarbij cao-partijen zich bij kunnen aansluiten en waarin de reparatie van de verkorte duur van de WW- en loongerelateerde WGA-uitkering geregeld wordt. PAWW staat voor Private Aanvulling WW en loongerelateerde WGA. De Stichting die de regeling Private Aanvulling WW en loongerelateerde WGA uitvoert opereert zonder winstoogmerk. Voor de werknemers die onder de cao’s vallen die zich aansluiten bij de PAWW-regeling komt de reparatie er op neer dat zij eerst aanspraak maken op de uitkering via het UWV en daarna op een uitkering via Stichting PAWW voor het deel dat zij op grond van de gewijzigde regels en zonder reparatie mis dreigden te lopen. De eerste cao’s hebben zich recent aangesloten bij de regeling. De komende tijd zullen steeds meer cao’s zich aansluiten. Maar wat nu als er in uw bedrijf geen cao van toepassing is? Ook dan bestaat er een mogelijkheid om deel te nemen aan de reparatie van de kortere WW!

Geen cao, toch reparatie kortere WW mogelijk!

Wanneer een werkgever die met zijn bedrijf niet onder een cao ressorteert met zijn bedrijf deel wil nemen aan de reparatie van de WW en de loongerelateerde WGA, dan dienen zij contact op te nemen met één of meerdere vakbonden. Zij kunnen dan afspreken deel te nemen aan een verzamel-cao en daarmee aan de PAWW-regeling. Deze afspraak heeft alleen betrekking op de aansluiting bij de Stichting PAWW en raakt de overige arbeidsvoorwaarden niet. Alle werknemers bij de werkgever die zich op deze manier heeft aangemeld zijn gebonden aan de verzamel-cao. Individuele werknemers kunnen dan geen afstand doen van de regeling.

Premie

De premie voor de PAWW-regeling wordt betaald door de werknemers middels een inhouding op het bruto loon. De werkgevers doen periodiek aangifte van de te betalen premie en dragen de premie af aan de Stichting PAWW.

Conclusie

Werkgevers die verplicht een cao toepassen zullen de informatie omtrent de deelname aan de PAWW-regeling voor hun sector af moeten wachten. Werkgevers waarvoor geen cao van toepassing is kunnen nu in overleg treden met de Ondernemingsraad, Personeelsvertegenwoordiging of met de medewerkers binnen het bedrijf over de wensen om het bedrijf (en dus alle medewerkers) aan te sluiten bij de PAWW-regeling. Maak dit in ieder geval bespreekbaar en leg goed vast wat er is besloten en hoe er tot het besluit is gekomen. Dit om mogelijke claims van medewerkers te voorkomen.

Voor nadere informatie over de PAWW-regeling verwijzen wij u naar de website van de Stichting PAWW:www.spaww.nl.

3. Controleer gegevens op de jaaropgaven 2017

Als werkgever moet u aan uw werknemers na afloop van het jaar een jaaropgaaf verstrekken. Die jaaropgaaf is vormvrij. Er moeten echter wel een aantal verplichte gegevens op staan.

Jaaropgaaf 2017
De jaaropgaaf aan uw werknemers bevat altijd een aantal verplichte gegevens. Uw werknemer heeft deze nodig voor zijn aangifte inkomstenbelasting. De meeste gegevens van de jaaropgaaf staan op de loonstaat van de werknemer.

De Belastingdienst heeft een model jaaropgaaf voor 2017 die u kunt gebruiken. U bent dit echter niet verplicht. De jaaropgaaf is namelijk vormvrij. Heeft u de salarisadministratie geautomatiseerd, dan bevat het salarispakket ook een jaaropgaaf voor uw werknemers.

Check de gegevens
Gebruikt u niet het model van de Belastingdienst, dan moet u er wel voor zorgen dat alle gegevens die op deze model jaaropgaaf staan, ook terugkomen op de jaaropgaaf die u aan uw werknemers verstrekt. Het is niet onverstandig om dit te checken. Uw jaaropgaaf moet, naast de naw-gegevens (naam, adres, woonplaats) van de werknemer en de werkgever, in ieder geval de volgende cumulatieve gegevens over 2017 bevatten:

        1. Loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen
        2. Ingehouden loonheffing
        3. Verrekende arbeidskorting
        4. Of de loonheffingskorting wel of niet is toegepast en met ingang van wanneer
        5. Burgerservicenummer werknemer
        6. Loon voor de Zorgverzekeringswet
        7. Ingehouden bijdrage Zorgverzekeringswet
        8. Verrekende levensloopverlofkorting
        9. Totaal premies werknemersverzekeringen
        10. Werkgeversheffing Zorgverzekeringswet

Tip:
Ook de laatste loonstrook van het jaar kan dienen als jaaropgaaf. Daar moeten dan wel de cumulatieve verplichte gegevens op staan. Bovendien moet u aan uw werknemer laten weten welke gegevens op deze laatste loonstrook van 2017 tezamen de jaaropgaaf vormen.


4. Nieuw: Jeugd-LIV. Jaarlijkse tegemoetkoming bij jonge minimumloners

Het jeugd-LIV is een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers in verband met de verhoging van het minimumjeugdloon. Dat betekent extra loonkosten voor werkgevers. Daarom krijgen werkgevers vanaf 1 januari 2018 het jeugd-LIV voor werknemers die aan de voorwaarden voldoen.

Voorwaarden jeugd-LIV
Een werkgever heeft recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer die voldoet aan deze drie voorwaarden:

        • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
        • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.
        • De werknemer was op 31 december van het voorafgaande jaar 18, 19, 20 of 21 jaar.

Het gemiddelde uurloon is het loon uit dienstbetrekking van een jaar, gedeeld door het aantal verloonde uren in dat jaar.

Bedragen jeugd-LIV
Heeft een werkgever voor een werknemer recht op het jeugd-LIV? Dan krijgt de werkgever een bedrag per verloond uur. Het bedrag per uur verschilt per leeftijd. Hoeveel het voordeel precies is, hangt af van zowel het aantal verloonde uren als van de leeftijd van de werknemer.

Leeftijd op 31-12-2017 Jeugd-LIV per werknemer per verloond uur Maximaal jeugd-LIV per werknemer per jaar
18 jaar € 0,23 € 478,40
19 jaar € 0,28 € 582,40
20 jaar € 1,02 € 2.121,60
21 jaar € 1,58 € 3.286,40

In 2018 is het jeugd-LIV 1,5 keer zo hoog als in 2019. Dit komt omdat het minimumjeugdloon per 1 juli 2017 werd verhoogd, terwijl het jeugd-LIV pas per 1 januari 2018 is ingevoerd.

De eis van minimaal 1.248 verloonde uren van het LIV geldt niet voor het jeugd-LIV.

Bbl-leerling
Een werkgever die gebruik maakt van bbl-leerlingen kan ook in aanmerking komen voor het jeugd-LIV. De werkgever krijgt deze tegemoetkoming als hij de bbl-leerling betaalt volgens het wettelijk minimumjeugdloon dat hoort bij zijn leeftijd. De werkgever mag de bbl-leerling ook minder betalen dan het wettelijk minimumjeugdloon. Doet hij dat, dan is er geen recht op jeugd-LIV.

Let op!
Indien de werkgever in de loonaangifte onjuiste gegevens heeft opgenomen, terwijl het voor de toepassing van deze wet van belang is dat deze juist zijn, kan hem een bestuurlijke boete van maximaal € 1.319 per gegeven per werknemer per jaar worden opgelegd.

Let op!
Bij de premiekortingen bestond de mogelijkheid om achteraf alsnog een korting te claimen als men dit vergeten was. Voor de loonkostenvoordelen geldt dit niet! Als niet op tijd aan de vereisten wordt voldaan, kan achteraf geen beroep meer worden gedaan op een loonkostenvoordeel. Het op tijd signaleren van de mogelijkheden is dus van groot belang.


5. Eigenwoningverleden partner? Toch meer hypotheekaftrek

Partners die gezamenlijk een nieuwe woning kopen, mogen hun eigenwoningverleden bij helfte verdelen. De staatssecretaris van Financiën heeft dit onlangs goedgekeurd. Afhankelijk van de situatie kan hierdoor mogelijk een hoger bedrag aan eigenwoningschuld in box 1 worden meegenomen met als resultaat meer hypotheekrenteaftrek.

Complex
De eigenwoningregeling zit complex in elkaar. Zo is sinds 2001 de rente voor een eigenwoninglening (hypotheek) nog maar maximaal 30 jaar aftrekbaar. Met ingang van 2013 zijn de regels verder aangescherpt. Voor een eigenwoninglening afgesloten vanaf die tijd geldt dat de rente alleen aftrekbaar is als de lening in maximaal 30 jaar volledig en ten minste annuïtair wordt afgelost. En verkoopt u uw eigen woning met winst, dan krijgt u sinds 2004 te maken met een eigenwoningreserve.

Eigenwoningsverleden
Wie zijn oude woning verkoopt en met zijn partner een nieuwe woning koopt, loopt dus al snel aan tegen een eigenwoningverleden. Dat verleden kan resulteren in minder hypotheekrenteaftrek voor de nieuwe woning.

Goedkeuring onder voorwaarden
Omdat sprake is van een niet-beoogde beperking van de hypotheekrenteaftrek keurt de staatssecretaris goed dat partners het eigenwoningverleden voor de helft aan elkaar overdragen. Er geldt wel een aantal voorwaarden. Zo moeten partners de eigen woning aankopen in een 50/50-verhouding en ook de eigenwoningschuld moet in die 50/50-verhouding worden aangegaan. Bovendien moeten beiden een beroep doen op deze goedkeuring en de verdeling voor de helft van het eigenwoningverleden is definitief. Dit kan dus niet meer in een later belastingjaar worden teruggedraaid.

Tip:
Bekijk samen met uw adviseur of het in uw situatie gunstig is een beroep te doen op de goedkeuring. Ook wanneer u niet voldoet aan de 50/50-verhouding komt u hier mogelijk voor in aanmerking. U moet uw situatie dan wel voorleggen aan de Belastingdienst. De goedkeuring werkt terug tot en met 2013. Voor de sinds die tijd reeds definitief vaststaande belastingjaren, kunt u nog een verzoek indienen


6. Afhandeling bezwaren crisisheffing gestart door Belastingdienst

Werkgevers die bezwaar hebben gemaakt tegen de crisisheffing en zich met een vaststellingsovereenkomst hebben aangesloten bij de proefprocedures over deze heffing, kunnen nog deze maand een brief verwachten van de Belastingdienst. Inmiddels hebben de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat de bezwaren ongegrond zijn.

Crisisheffing
De crisisheffing was een heffing die in 2013 en 2014 werd geheven van werkgevers die werknemers in dienst hadden die in het daaraan voorafgaande jaar een loon genoten hoger dan € 150.000. De heffing bedroeg 16% van het deel van het loon boven € 150.000.

Veel werkgevers hebben destijds bezwaar gemaakt tegen de crisisheffing. Zij hebben zich met een vaststellingsovereenkomst aangesloten bij proefprocedures over deze werkgeversheffing. Daarnaast zijn er werkgevers die wel bezwaar hebben gemaakt, maar zich niet hebben aangesloten bij de proefprocedures.

Bezwaar ongegrond
De Hoge Raad heeft op vrijdag 29 januari 2016 al een eindoordeel gegeven in één van de proefprocedures over de crisisheffing en deze in stand gelaten. Volgens de Hoge Raad had de wetgever destijds voldoende specifieke en dringende redenen om de crisisheffing in te voeren. Nederland kampte toen met ernstige begrotingsproblemen. De crisisheffing is niet in strijd met nationale en Europese wetgeving.

Eind 2017 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich in twee proefprocedures uitgelaten over de crisisheffing. Volgens dit Hof is de crisisheffing niet in strijd met het eigendomsrecht en het antidiscriminatiebeginsel.

Met deze uitspraken van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zijn de bezwaren tegen de crisisheffing in proefprocedures door de hoogste rechters beoordeeld en afgewezen.

Afhandeling bezwaar
Dat betekent dat de Belastingdienst start met de afhandeling van de bezwaren tegen de crisisheffing. Heeft u zich destijds met een vaststellingsovereenkomst aangesloten bij de proefprocedures, dan kunt u nog deze maand een brief verwachten van de Belastingdienst. In de betreffende vaststellingsovereenkomst is namelijk opgenomen dat voor een beslissing op bezwaar de uitspraken in de proefprocedures voor de Belastingdienst beslissend zijn.

Let op!
Ontvangt u een brief van de Belastingdienst neem dan even contact met ons op. Doe dat ook als u geen brief ontvangt. Voor een uitspraak op bezwaar moet dan zelf contact worden opgenomen met de Belastingdienst.

Heeft u destijds bezwaar gemaakt tegen de crisisheffing zonder vaststellingsovereenkomst, dan ontvangt u geen brief van de Belastingdienst. Voor u gelden namelijk de ‘normale’ regels van bezwaar en beroep. Het kan zijn dat de rechter in een enkele individuele procedure nog tot een ander oordeel komt als de crisisheffing voor de procederende werkgever heeft geleid tot een individuele en buitensporige last.


7. Reken deze maand de WKR af!

Binnen de WKR mag u als werkgever maximaal belastingvrij 1,2% van het totale fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor uw werknemers. Dit wordt de ‘vrije ruimte’ genoemd. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt u wel loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Bent u de eindheffing WKR verschuldigd, dan moet u deze eindheffing aangeven in en betalen bij uw eerste aangifte loonheffingen over 2018. De uiterste aangifte- en betaaldatum van deze aangifte is 28 februari 2018.

Heeft u in 2017 de eindheffing WKR al per aangiftetijdvak aangegeven en betaald? Bekijk dan of u niet teveel of te weinig heeft betaald. De teveel of te weinig betaalde eindheffing WKR moet u verrekenen uiterlijk in de eerste aangifte loonheffingen over 2018.


8. Verwacht, optimistisch en pessimistisch scenario pensioen

Weet u wat u straks aan pensioen ontvangt? Pensioenuitvoerders communiceren nu nog één bedrag als het ‘te bereiken pensioen’, maar hoeveel u in de toekomst maandelijks daadwerkelijk aan pensioen ontvangt kan mee- of tegenvallen. Voor een realistischer beeld krijgt u daarom vanaf 2019 drie bedragen te zien. Deze zijn gebaseerd op een verwacht scenario, een optimistisch scenario en een pessimistisch scenario. Deze drie scenariobedragen worden vanaf medio 2019 getoond op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Deze bedragen worden vanaf 2019 ook weergegeven op het uniforme pensioenoverzicht (UPO) dat u jaarlijks van de pensioenuitvoerder of verzekeraar ontvangt.

Disclaimer: "Het recht is uitermate gecompliceerd en veranderlijk. Wij kunnen daarom geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor hetgeen men zonder ons persoonlijk advies onderneemt of nalaat naar aanleiding van de inhoud van deze publicatie."