Nieuwsbrief april 2018

16 april 2018

1. Ook al is uw strategie nog zo snel, de werkelijkheid achterhaalt ‘m wel!

Dat de wereld snel verandert is een ‘no brainer’ geworden. Het is niet zozeer de vaststelling dat dit zo is, wel de wijze waarop organisaties en mensen in staat zijn het nieuwe tempo bij te benen of liever voor te zijn. De vraag: ‘Hoe vergroot ik als organisatie mijn aanpassingsvermogen?’ is daarmee een vraag die iedere ondernemer te beantwoorden heeft.

In alle sectoren komt het aan op de snelheid van omgaan met de veranderingen die evident zijn. Of het nu de opkomst is van ‘robotic accounting’ voor onze sector of de opkomst van elektrische auto’s voor de tankstations. Alle organisaties krijgen te maken met transitievraagstukken. Ik merk in gesprekken met ondernemers, dat er juist behoefte is aan de beantwoording van de ‘hoe-vraag’. Oftewel:

  • Hoe maak ik mijn werkomgeving bewust van de noodzaak tot aanpassingsvermogen?
  • Hoe kan ik met mijn organisatie sneller veranderen?
  • Hoe ga ik om met obstakels op het pad van verandering?

Allemaal vragen die de moeite van het beantwoorden waard zijn. Maar ook hier de vraag hoe dan? Daartoe adviseer ik de volgende mogelijkheden. Ten eerste een tweetal leestips.

‘Customers the day after tomorrow’ en ‘Exponentiële organisaties’.
Het eerste boek geschreven door Steven van Belleghem geeft een mooie doorkijk op de ontwikkelingen die gaande zijn op het terrein van automatisering, robotisering en artificial intelligence en het effect op klantverwachtingen. Tal van concrete voorbeelden zetten aan tot denken en handelen.

Het boek ‘Exponentiële organisaties’ geschreven door Ismail en Van der Geest geeft inzicht in de werking van organisaties die exponentiële groei laten zien door actief gebruik te maken van data, algoritmes en platformen. En het mooiste – althans dat vind ik 😉 – is de vragenlijst achter in het boek waarmee u uw exponentiële score in beeld kunt brengen.

Een spade dieper?
Wilt u een spade dieper? Zo ja, dan beschikken we vanuit Eshuis over een spelvorm die we samen met het lectoraat Strategisch HRM van Saxion hebben ontwikkeld. Met dit hulpmiddel brengen we snel en doeltreffend de hefbomen voor beweeglijkheid van uw organisatie in beeld. Om deze vervolgens door te vertalen naar concrete acties om tot versnelling van uw aanpassingsvermogen te komen. Meer weten? Stuur me dan een mail via m.de lat@eshuis.com en ik ga graag met u in gesprek om de mogelijkheden te bespreken!

Met vriendelijke groet,

Mark de Lat
Partner en senior organisatieadviseur
Bereikbaar op 088 – 500 95 85


2. Uitbreiding meerlingenverlof per 1 april 2018

Sinds 1 april 2016 bestaat in Nederland het meerlingenverlof, waarbij een werkneemster die in verwachting is van een meerling recht heeft op vier weken extra zwangerschapsverlof. Een werkneemster kan hierdoor tien tot acht weken voor de uitgerekende bevallingsdatum met zwangerschapsverlof gaan. Een werkneemster die één kind verwacht, kan daarentegen zes tot vier weken voor de uitgerekende bevallingsdatum zwangerschapsverlof opnemen.

Aangezien het zwangerschapsverlof bij een meerling minimaal twee weken eerder ingaat én de minimale duur van het bevallingsverlof (tien weken) bij elke zwangerschap gelijk is, duurt in theorie het totale verlof bij een meerling langer. In de praktijk blijkt echter anders, aangezien werkneemsters bij een meerling vaak eerder bevallen (waardoor het totale verlof niet (veel) langer duurt dan bij een eenlingzwangerschap). Omdat het meerlingenverlof niet in alle gevallen werkte zoals was bedoeld, heeft het vorige kabinet een wetsvoorstel voor langer kraamverlof ingediend.

Met de wijziging van de Wet arbeid en zorg kan per 1 april 2018 een werkneemster bij een meerling het bevallingsverlof verlengen met het aantal verlofdagen dat het zwangerschapsverlof minder dan tien weken heeft geduurd. Hierdoor duurt het meerlingenverlof dan ook echt twintig weken (in plaats van de reguliere zestien weken). De nieuwe regels omtrent het meerlingenverlof zijn ingegaan zonder terugwerkende kracht.


3. Voldoe in 5 stappen aan AVG

Het kan u niet ontgaan zijn. Op 25 mei 2018 wordt definitief de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing. De AVG brengt nieuwe verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich mee.

Alle bedrijven en organisaties die werken met persoonsgegevens moeten zich voorbereiden op deze AVG, dus ook kleine mkb’ers en zzp’ers. In vijf stappen bent u AVG-proof.

Stap 1: Creëer intern bewustwording, zorg voor een vast aanspreekpunt
Informeer uw medewerkers over de wetgeving, de impact van de AVG op uw huidige processen en bij wie zij terecht kunnen bij vragen. Onder de AVG krijgen uw klanten meer privacyrechten.

Stap 2: Maak een register met persoonsgegevens die u verwerkt
Documenteer welke persoonsgegevens u verwerkt en met welk doel, waar deze gegevens vandaan komen en met wie u ze deelt. Belangrijk is de wijze waarop u de toestemming van uw klanten vraagt, krijgt en registreert.

Stap 3: Breng risico’s in kaart en zorg voor beveiligingsmaatregelen
Standaard moeten in uw bedrijfsvoering en ICT ingevoerd zijn:
1.‘Privacy by design’ voor de bescherming van persoonsgegevens: dit houdt in dat u al tijdens de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten aandacht besteedt aan privacyverhogende maatregelen.
2.’Dataminimalisatie’ waarmee u zorgt dat u alléén persoonsgegevens verwerkt die noodzakelijk zijn voor het doel. Hiermee bespaart u zich ook nog eens een hoop werk.

Stap 4: Zorg voor documentatie van datalekken
Bij een datalek vallen persoonsgegevens in handen van derden die geen toegang tot die gegevens zouden mogen hebben. De meldplicht datalekken blijft onder de AVG grotendeels hetzelfde, alleen de eisen voor de registratie zijn strenger.

Stap 5: Breng verwerkingen door derden in kaart, sluit verwerkersovereenkomsten
Check de contracten en gemaakte afspraken goed voor alle pakketten die u heeft uitbesteed aan derden, denk aan een administratiekantoor of een arbodienst, en zorg ervoor dat alles goed is vastgelegd (de zogenaamde verwerkersovereenkomsten).

Tip:
Meer informatie is te vinden op de site van de Autoriteit Persoonsgegevens.


4. Aftrekposten mkb-ondernemer minder lucratief?

Het kabinet gaat een aantal aftrekposten nog maar in aftrek toelaten tegen het basistarief van, op termijn, 36,93%. Om welke posten gaat het en hoe erg is dat voor u?

Belastingherziening
Het nieuwe kabinet heeft vele miljarden aan lastenverlichting toegezegd. Met name via invoering van twee tariefschijven van 49,5% en 36,93% in de Inkomstenbelasting. Daar staat tegenover dat de meeste aftrekposten op termijn nog maar te verrekenen zijn tegen het lage tarief van 36,93%.

Aftrek hypotheekrente
Dat de hypotheekrente versneld in aftrek beperkt wordt, is inmiddels meer dan bekend. Dat raakt de ondernemer privé.

Aftrekposten mkb-ondernemer
Voor ondernemers is met name van belang dat de volgende aftrekposten in aftrek beperkt worden: zelfstandigenaftrek, mkb-winstvrijstelling, meewerkaftrek, S&O-aftrek, stakingsaftrek en startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Deze aftrekposten kunt u op termijn dus nog maar tegen 36,93% in aftrek brengen. Bovendien zijn er ook andere lastenverlichtende en -verzwarende voorstellen aangekondigd, zoals een verhoging van de algemene heffingskorting.

Wat betekent dit?
Het is individueel erg verschillend wat u van de verminderde aftrek merkt. Maakt u nu bijvoorbeeld gebruik van de hypotheekrenteaftrek, de aftrek van zorgkosten, de mkb-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek, dan is het nog maar de vraag of de verminderde aftrek opweegt tegen de lagere tarieven.

Overgangsperiode
De aftrekposten worden vanaf 2020 in stappen van 3%-punt per jaar teruggebracht naar uiteindelijk 36,93% in 2023. De verlaging van de tarieven in de Inkomstenbelasting gaat in per 2019, maar waarschijnlijk gebeurt dat ook in stappen. Voorgaande plannen moeten nog wel door het parlement worden besproken en goedgekeurd.


5. Leningen tussen dga en bv: hoe zit het fiscaal?

Als u als dga een lening aan uw bv verstrekt, zijn de fiscale gevolgen afhankelijk van de voorwaarden. Dat geldt ook omgekeerd, bij een lening van de bv aan de dga. Welke gevolgen kunnen er optreden en waar hangt dit vanaf?

Lenen aan de bv
Verstrekt u een lening aan uw bv met een onzakelijk hoge rente, dan is alleen een zakelijke rente bij u belast in box 1 en bij de bv aftrekbaar. Bij de heffing in box 1 heeft u over de zakelijke rente recht op de terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12%. Per saldo is van de rente dus maar 88% belast. Het restant is bij de bv niet aftrekbaar en bij u belast in box 2 tegen 25%.

Bij een onzakelijk lage rente is een zakelijke rente bij u belast en bij de bv aftrekbaar. Ook nu heeft u recht op de vrijstelling van 12% over de zakelijke rente.

Onzakelijke lening
Is de rente niet zakelijk en ook niet te corrigeren omdat een onafhankelijke derde de lening niet zou verstrekken, dan is een eventueel verlies op de lening slechts aftrekbaar in box 2.

Let op!
De lening moet dan wel worden kwijtgescholden, zelfs als deze oninbaar is.
Verlies op een zakelijke lening is wel gewoon in box 1 aftrekbaar. Door eerder genoemde terbeschikkingstellingsvrijstelling slechts voor 88%.

Lenen van de bv
Leent u geld van uw bv, dan is de rente voor u niet aftrekbaar en bij de bv gewoon belast. De rente is voor u alleen aftrekbaar als het een lening voor een eigen woning betreft en verder voldoet aan de fiscale voorwaarden die voor een dergelijke lening gelden.

Let op!
Als u een lening voor een eigen woning bij uw bv heeft afgesloten ná 2012, moet u de gegevens inzake deze lening doorgeven aan de Belastingdienst. Doet u dit niet, dan is de betaalde hypotheekrente niet aftrekbaar.

Tip:
Als dga kunt u ook gebruik maken van een renteloze personeelslening voor de aankoop van een (elektrische) fiets of elektrische scooter.

Wisselende rekening-courantstanden
Heeft u een rekening-courantverhouding met de bv, dan zal deze afwisselend debet- en creditstanden hebben. U hoeft geen rente in box 1 in aanmerking te nemen als het saldo van de rekening-courantverhouding gedurende het kalenderjaar niet hoger is dan € 17.500 positief en niet lager dan € 17.500 negatief. De bv mag de rente dan ook niet in aanmerking nemen. U mag een eventuele rekening-courantschuld dan ook niet in box 3 opnemen.

Let op!
Er mag het hele jaar nooit meer dan € 17.500 op de rekening-courant staan. Zodra het saldo op de rekening-courant hoger is dan € 17.500, moet er over het hele bedrag rente worden berekend


6. Concurrentiebeding: wel of niet mogelijk in tijdelijk arbeidscontract?

Sinds de inwerkingtreding van de Wet werk en Zekerheid (WwZ) in januari 2015, is een concurrentiebeding in tijdelijke arbeidsovereenkomsten niet meer toegestaan. Hierop is één uitzondering gemaakt, namelijk in het geval de werkgever zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen heeft waardoor een concurrentiebeding noodzakelijk is.

Wat is een concurrentiebeding?
De wetgever omschrijft het concurrentiebeding als ‘een beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij deze laatste wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn’. Dit is bijvoorbeeld het geval als een werkgever binnen twee jaar na het einde van zijn arbeidsovereenkomst niet in dezelfde branche zou mogen werken, of niet binnen een straal van 100 km van de vorige werkgever werkzaam mag zijn.

Zwaarwegend bedrijfsbelang
De werkgever moet schriftelijk en gemotiveerd in het beding aangeven welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen het concurrentiebeding noodzakelijk maken. Zonder deze schriftelijke motivering van de zwaarwegende belangen is het concurrentiebeding nietig. Als het beding wél is voorzien van een schriftelijke motivering, maar wanneer het niet gaat om zwaarwegende en noodzakelijke belangen, dan is het concurrentiebeding in zijn geheel vernietigbaar.

Beding opnieuw overeenkomen?
De noodzaak van het concurrentiebeding moet bestaan ten tijde van het aangaan van het beding én op het moment dat de werkgever een beroep doet op het beding. Als een tijdelijk contract voor een nieuwe bepaalde tijd wordt verlengd, dan moet het concurrentiebeding dus opnieuw worden aangegaan.

Tip:
Ga voordat je een concurrentiebeding wilt opnemen in tijdelijke contracten na of het zwaarwegende bedrijfsbelang niet op een andere manier kan worden beschermd. Soms kan dit namelijk middels een geheimhoudingsbeding of een studiekostenregeling worden beschermd, waardoor een concurrentiebeding niet noodzakelijk is. Vraag uw adviseur erover.

Biedt een geheimhoudingsbeding of een studiekostenregeling onvoldoende bescherming voor uw bedrijfsbelang, en is een concurrentiebeding in een tijdelijk contract de enige optie? Zorg er dan voor dat de motivering een concrete en specifieke omschrijving van de concurrentiegevoelige informatie bevat en licht het zwaarwegende bedrijfsbelang uitgebreid toe.


7. Fiscale regels fiets van de zaak stuk eenvoudiger

Een fiets van de zaak is op dit moment niet echt een aantrekkelijke optie voor uw werknemers. De berekening van de bijtelling voor het privégebruik van de fiets is behoorlijk complex. Door al die ingewikkelde regels wordt maar beperkt gebruik gemaakt van de fiets van de zaak. Het kabinet wil daarom de fiscale fietsregeling versimpelen. Net als dat voor de auto van de zaak een forfaitaire bijtellingsregeling geldt, komt er ook een forfaitaire bijtelling voor de fiets van de zaak. Bovendien mag de leasefiets straks naast de auto van de zaak worden gebruikt. Let op: de fietsplannen moeten nog verder worden uitgewerkt met de brancheverenigingen. Het is de bedoeling dat de nieuwe fiscale fietsregeling per 1 januari 2020 ingaat.


8. Heeft u de voorlopige berekening Lage-inkomensvoordeel ontvangen?

Tussen 1 maart en 14 maart 2018 hebben zo’n 94.000 werkgevers van het UWV een voorlopige berekening ontvangen van het lage-inkomensvoordeel (LIV) 2017. U heeft recht op deze tegemoetkoming als u werknemers met een laag loon in dienst heeft. Check de voorlopige berekening goed. Deze berekening is gebaseerd op de tot en met 31 januari 2018 gedane aangiften loonheffingen en correcties over 2017. Bent u het niet eens met de voorlopige berekening, controleer dan of uw loonaangiften juist en volledig zijn. U kunt deze aangiften nog tot en met 1 mei 2018 corrigeren. Neem hiervoor eventueel contact op met uw adviseur. Latere correcties worden niet meer meegenomen in de definitieve berekening van het LIV.

Uiterlijk 31 juli ontvangt u van de Belastingdienst de definitieve berekening van het LIV over 2017. Mocht deze definitieve berekening niet kloppen, dan kunt u daartegen bezwaar maken.

Disclaimer: "Het recht is uitermate gecompliceerd en veranderlijk. Wij kunnen daarom geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor hetgeen men zonder ons persoonlijk advies onderneemt of nalaat naar aanleiding van de inhoud van deze publicatie."